In deze zaak stond centraal wie rechthebbende is op het saldo van een kwaliteitsrekening waarop gelden staan die zijn geïncasseerd namens het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). De deurwaarderskantoor [A] B.V. voerde incassowerkzaamheden uit voor het CJIB en droeg deze werkzaamheden over aan Eendracht Gerechtsdeurwaarders & Credit Management B.V. (Eendracht). De geïncasseerde gelden werden gestort op de kwaliteitsrekening van Eendracht. Na het faillissement van Eendracht stond er een bedrag van €418.750,64 op die rekening.
CJIB vorderde dat het als rechthebbende werd erkend en dat de curator en waarnemend deurwaarder het saldo aan CJIB zouden uitkeren. De curator en Rexwinkel, als rechtsopvolger van [A], stelden dat zij rechthebbende waren. Zowel de rechtbank als het hof wezen de vorderingen van de curator af en bevestigden dat CJIB rechthebbende is.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat de kwaliteitsrekening dient ter bescherming van derden wier gelden de deurwaarder onder zich heeft. De rechthebbende is degene ten behoeve van wie de gelden zijn gestort, in dit geval CJIB als oorspronkelijke schuldeiser. De overdracht van incassowerkzaamheden aan Eendracht verandert hier niets aan. Het beroep van de curator en Rexwinkel werd verworpen en zij werden veroordeeld in de proceskosten.