ECLI:NL:HR:2026:978
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart verzoek om herziening niet-ontvankelijk met toepassing van art. 80a RO
De Hoge Raad heeft op 19 juni 2026 het verzoek om herziening van het arrest van 6 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:210, beoordeeld. Het verzoek was ingediend door [X]. Na beoordeling en advies van de procureur-generaal is geconcludeerd dat het verzoek duidelijk niet kan slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad besloten het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren. Er is geen aanleiding gezien om de verzoeker te veroordelen in de proceskosten.
Het arrest is gewezen door de raadsheren E.F. Faase (voorzitter), P.A.G.M. Cools en F.G.F. Peters, en in het openbaar uitgesproken op 19 juni 2026. Hiermee is het verzoek om herziening definitief afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om herziening is niet-ontvankelijk verklaard zonder proceskostenveroordeling.