Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2026:994

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
21 juni 2026
Zaaknummer
23/04412
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11a OpiumwetArt. 11 lid 3 OpiumwetArt. 11 lid 5 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest hof over medeplegen voorbereidingshandelingen grootschalige hennepteelt wegens onvoldoende vaststelling doel

De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor het samen met een medeverdachte voorhanden hebben van stoffen en voorwerpen bestemd tot grootschalige hennepteelt in een woning. Het hof baseerde zich op diverse bewijsmiddelen, waaronder proces-verbalen van politieonderzoek, buurtonderzoeken en verklaringen van betrokkenen. Er werden onder meer kweekpotten, ventilatoren, voedingsstoffen en andere hennepteelt-gerelateerde voorwerpen aangetroffen in een ontmantelde hennepkwekerij.

De verdachte gaf toe meerdere keren in de woning te zijn geweest om op te ruimen, samen met zijn medeverdachte. Het hof achtte bewezen dat verdachte ernstige redenen had te vermoeden dat de voorwerpen bestemd waren voor grootschalige hennepteelt, mede gelet op het aantal kweekpotten (meer dan 200). Het hof sprak verdachte vrij van medeplegen van hennepteelt zelf, maar veroordeelde hem voor het voorhanden hebben van de voorbereidingsvoorwerpen.

De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof onvoldoende heeft vastgesteld wat het uiteindelijke doel was van het voorhanden hebben van de stoffen en voorwerpen. Volgens de Hoge Raad is voor een bewezenverklaring van de bestemming vereist dat de gedragingen strekken tot voorbereiding of vergemakkelijking van hennepteelt, waarbij het uiteindelijke doel van belang is. Het oordeel van het hof is daarom niet zonder meer begrijpelijk. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof wegens onvoldoende vaststelling van het uiteindelijke doel en wijst zaak terug voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/04412
Datum23 juni 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 november 2023, nummer 21-004958-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M. Broere bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring voor zover deze inhoudt dat de verdachte stoffen en voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan hij en zijn medeverdachte ernstige reden hadden te vermoeden dat zij ‘bestemd waren tot’ het plegen van een van de in artikel 11 lid 5 van Pro de Opiumwet strafbaar gestelde feiten.
2.2.1
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
“hij in de periode van 15 januari 2019 tot en met 11 februari 2019 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander, stoffen en voorwerpen voorhanden heeft gehad, te weten
- kweekpotten en
- houten latten en
- standaard van een koolstoffilter en
- jerrycans met voedingsstoffen en
- knipscharen en
- een ventilator en
- stekpotten,
waarvan hij en zijn mededader ernstige reden hadden te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten.”
2.2.2
Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:
“1. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij (pagina 10 tot en met 13) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van [verbalisant 1] :
Op 11 februari 2019 stelde ik naar aanleiding van:
- een proces-verbaal warmtemeting waaruit bleek dat op de zolderverdieping aan de achterzijde van de woning twee warmtebronnen te zien waren:
- een anonieme melding van 25 januari 2019 met de informatie dat er op het dak van de leegstaande woning aan de [a-straat 1] te [plaats] geen sneeuw aanwezig was, terwijl dit wel het geval was op alle andere daken. Daarnaast was er gezien dat er een gele bestelwagen pal voor de deur van de woning werd gezet en werd er door een man druk heen en weer gelopen,
een onderzoek in op de woning op het adres [a-straat 1] te [plaats] om vast te stellen of deze informatie kon worden bevestigd. Hierbij bleek dat de woning niet bewoond werd en er inderdaad geen sneeuw op het dak lag. Op dit adres staat volgens het GBA niemand ingeschreven.
Op 11 februari 2019 werd binnengetreden in de woning. Het pand betreft een middenwoning gelegen in een blok laagbouwwoningen.
Na het binnentreden zag ik het volgende:
In de woonkamer van de woning trof ik diverse goederen aan, zoals kweekpotten, houten latten, een standaard voor een koolstoffilter, jerrycans met voedingsmiddelen en verdroogde hennepresten.
In de slaapkamer aan de achterzijde op de eerste verdieping waren zeer recent de muren geschilderd. Ook waren er gaten in het plafond dichtgemaakt. Er werden gedroogde hennepresten op de vloer in de slaapkamer aangetroffen.
Er werden gebruikte knipscharen op de eerste verdieping aangetroffen.
Op de zolderverdieping was een rond gat in dak aan de voorzijde van de woning gezaagd. Dit gat was afgesloten met een in een cirkel gezaagd vlak. Ook lagen er op de zolderverdieping lege verpakkingsdozen van transformatoren.
In de container die buiten achter het huis stond trof ik diverse vuilniszakken met hennepresten aan.
2. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal foto dossier (pagina 15 tot en met 28) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van [verbalisant 2] :
Adres: [a-straat 1] te [plaats]
Ik heb op 14 februari 2019 een fotodossier gemaakt ten behoeve van een hennepdossier.
Foto 4 woonkamer: kalkafzetting aan de potten van de stapel.
Foto 5 woonkamer: tas vol met elektrasnoeren en ophangsysteem voor lampen.
Foto 7 woonkamer: aangetroffen voedingsstoffen.
Foto 8 woonkamer: grondresten en hennepresten op de vloer in de woonkamer.
Foto 10 woonkamer: aangetroffen vuilniszak met plantresten.
Foto 15 woonkamer: ventilator aangetroffen op afvalhoop in de woonkamer.
Foto 16 woonkamer: doos met stekpotten.
Foto 17 woonkamer: kalkafzetting op pot van foto 16.
Foto 18 woonkamer: vuilniszak met afval en delen hennepplant.
Foto 22 woonkamer: detail van een staande houder voor een koolstoffilter.
Foto 23 woonkamer: staander voor koolstoffilter in zijn geheel.
Foto 25: dozen met lege verpakking van lampen.
Foto 26: meterkast, volgens de fraudespecialist zijn er klemmen gebruikt om stroom af te tappen voor de meter.
Foto 29 slaapkamer 1e verdieping achterzijde woning: hennepresten op de grond, gebruikte latex handschoenen.
Foto 32: aangetroffen scharen en kniptang.
Foto 36 zolderverdieping: dichtgemaakt gat.
Foto 38 zolderverdieping: aangetroffen isolatiemateriaal en gebruikte lege dozen. Foto 40 zolderverdieping: lege dozen waarin 2 transformatoren in hebben gezeten.
3. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal foto berekening wederrechtelijk verkregen voordeel (pagina 29 tot en met 33) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van [verbalisant 1] :
Op 11 februari 2019 ben ik de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] binnengetreden. Aangetroffen kweekpotten: minimaal 326 potten.
In de woonkamer was een aantal vuilniszakken met potgrond aangetroffen. In deze potgrond bevonden zich gebruikte stekblokjes/rondjes en wortelresten. Verder hadden diverse stukken samengeperste potgrond dezelfde vorm en inhoud als de lege potten die waren aangetroffen.
4. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal buurtonderzoek (pagina 51 tot en met 52) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] :
Op 12 februari 2019 werden in het kader van een buurtonderzoek met betrekking tot een verdachte situatie op de locatie [a-straat 1] , [postcode] [plaats] de volgende adressen bezocht:
- [a-straat 2] : Op 22 of 23 januari zag [bewoner 1] een grote witte bus met rode letters van een verhuurbedrijf voor de woning, [a-straat 1] , staan. Hier zaten twee mannen in. Signalement: Marokkaans uiterlijk, leeftijd 30-35 jaar en Turks uiterlijk, leeftijd 25-30 jaar. De mannen gingen de woning in en uit. De mannen zeiden dat het huis leeg moest. Dit vond de buurtbewoner vreemd want de meubels bleven achter toen ze weg gingen.
- [a-straat 3] : [bewoner 2] zag op 8 februari 2019 aan het eind van de middag een gele Caddy auto staan bij de woning aan de [a-straat 1] , terwijl daar niemand woonde.
- [a-straat 4] : [bewoner 3] zag op 22 of 23 januari 2019 een grote witte bus staan voor de woning aan de [a-straat 1] . Zij zag twee mannen heen en weer lopen naar de bus en de woning.
- [a-straat 5] : De bewoners [bewoner 4] en [bewoner 5] verklaren de afgelopen weken een witte sprinterbus te hebben gezien voor de woning [a-straat 1] . Er zaten twee mannen in. Deze mannen hebben een stuk van het hek gehaald om de bus met de achterzijde tegen de woning aan te zetten. Deze bus had als opschrift “ [A] ”. Ook hebben zij vaak een gele Renault Kangoo met [kenteken 1] voor de woning zien staan. Deze auto kwam elke week bij de woning en op 8 februari 2019 voor het laatst. Ze hebben er foto’s van gemaakt. Deze gele Renault Kangoo is daar op 26 januari 2019, 1 februari 2019 en 8 februari 2019 door hen gezien en gefotografeerd.
5. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal buurtonderzoek (pagina 53 tot en met 54) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] :
Op 11 februari 2019 hebben wij een buurtonderzoek ingesteld naar aanleiding van een hennepkwekerij in de woning [a-straat 1] te [plaats] . Wij hebben de volgende adressen bezocht. Deze adressen hebben allemaal zicht op de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] :
- [a-straat 6] : [bewoner 6] verklaart op 11 februari 2019 dat twee weken daarvoor twee Brabanders met een huurbus uit Brabant de woning aan de [a-straat 1] hebben leeggehaald. Ze hebben lampen, ventilatoren en zakken met vuil uit de woning gehaald. Vlak daarna zijn er twee mannen van Marokkaanse afkomst in de woning geweest. Zij reden in een geelkleurige Caddy.
- [a-straat 7] : [bewoner 7] gaf op 11 februari 2019 aan dat zij de afgelopen drie weken elke week twee getinte mannen bij de woning aan de [a-straat 1] zag. Deze mannen zetten dan een geel bestelbusje met de achterzijde tegen de voordeur en liepen dan vaak heen en weer.
6. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (pagina 6) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van [verbalisant 7] :
Bij bevraging van het [kenteken 1] van het gele voertuig bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer bleek dat de te naam gestelde van dit voertuig is: [betrokkene 1] uit [geboorteplaats] .
7. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (pagina 66) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van [verbalisant 8] :
Op 27 maart 2019 is [betrokkene 1] gehoord omdat de op zijn naam gesteld voertuig is gezien bij de woning [a-straat 1] te [plaats] , waar de ontmantelde hennepkwekerij is aangetroffen. Hij verklaarde dat zijn schoonzoon [verdachte] gebruikte maakte van deze auto.
8. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (pagina 64 tot en met 65) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als relaas van [verbalisant 7] :
Op 19 maart 2019 kreeg ik het verzoek mij te begeven naar de [a-straat 1] te [plaats] . In voornoemde woning zouden zich twee personen bevinden. Deze personen zouden in een wit bestelbusje naar de woning zijn gereden. Hierop ben ik samen met collega’s [betrokkene 2] en [betrokkene 3] ter plaatse gegaan.
Collega's [betrokkene 3] en [betrokkene 2] zagen in de woning een tweetal personen lopen. [betrokkene 3] heeft hierop de twee mannen verzocht naar de voordeur te komen, waar zij gehoor aan gaven. Desgevraagd toonde één der mannen een op zijn naam afgegeven Nederlands rijbewijs. Ik zag dat de man was genaamd: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] . Signalement: manspersoon, licht getint.
De tweede man die zich in de woning bevond gaf op te zijn: [medeverdachte] , geboren op [geboortedatum] 1980 te [geboorteplaats] . Signalement: manspersoon, licht getint.
De mannen hadden een witte Mercedes met [kenteken 2] in gebruik. In het voertuig trof ik, [verbalisant 7] , een huurovereenkomst van huurbedrijf [A] aan. In deze huurovereenkomst stond vermeld dat het voertuig was verhuurd aan [verdachte] .
9. Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor (pagina 100 tot en met 105) voor zover inhoudende - zakelijk weergegeven - als verklaring van [verdachte] :
Ik ben een paar keer in [plaats] geweest. De eerste keer was in januari of februari 2019. Ik ben daar samen met [medeverdachte] geweest. We zijn in de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] geweest en hebben daar opgeruimd. We zijn daar 3 of 4 keer geweest. Het kan kloppen dat dat in de periode januari tot maart 2019 was.
Het klopt dat wij in de gele bestelauto van mijn schoonvader, Renault Kangoo met [kenteken 1] reden. We zijn ook een keer met een huurbus van [A] daar geweest.”
2.2.3
Het hof heeft over de bewezenverklaring verder overwogen:
“Omdat er een verdenking is van hennepteelt in de niet bewoonde woning aan de [a-straat 1] te [plaats] , treedt de politie op 11 februari 2019 deze woning binnen. Het is een middenwoning in een blok laagbouwwoningen. Daar treft de politie het volgende aan:
- In de woonkamer liggen lege kweekpotten met kalkafzetting aan de buitenzijde, houten latten, tassen vol elektrasnoeren, een standaard voor een koolstoffilter, jerrycans met plantenvoeding, een ventilator, lege verpakkingsdozen van lampen, verdroogde hennepresten en potgrond.
- Op de eerste verdieping zijn de muren van een slaapkamer recent geschilderd en waren er gaten in het plafond dicht gemaakt. Ook lagen er gedroogde hennepresten en gebruikte latexhandschoenen op de vloer van de slaapkamer.
- Er liggen gebruikte knipscharen en een kniptang op de eerste verdieping.
- Op de zolder zit een dichtgemaakt rond gat in het dak. Er liggen ook lege verpakkingsdozen van transformatoren en er ligt isolatiemateriaal.
- In de container achter het huis zitten vuilniszakken met hennepresten.
- In de meterkast zijn er klemmen aangebracht om stroom af te tappen buiten de meter.
In totaal zijn er 326 lege kweekpotten aangetroffen.
De politie doet een buurtonderzoek. In de processen-verbaal van bevindingen hiervan staat onder meer het volgende gerelateerd:
- De buurtbewoner van [a-straat 2] meldt dat er op 22 of 23 januari 2019 een grote witte bestelbus met rode letters van een verhuurbedrijf voor de woning stond. Hierin zaten twee mannen. Signalement: Marokkaans uiterlijk, leeftijd 30-35 jaar en Turks uiterlijk, leeftijd 25-30 jaar. De mannen gingen de woning in en uit. De mannen zeiden dat het huis leeg moest. Dit vond de buurtbewoner vreemd want de meubels bleven achter toen ze weg gingen.
- De buurtbewoner van [a-straat 3] meldt dat er op 8 februari 2019 aan het eind van de middag een gele caddy voertuig stond bij de woning aan de [a-straat 1] , terwijl daar niemand woonde.
- De buurtbewoner van [a-straat 4] verklaart dat zij op 22 of 23 januari 2019 een grote witte bus had zien staan voor de woning aan de [a-straat 1] . Zij zag twee mannen heen en weer lopen naar de bus en de woning.
- De buurtbewoners van [a-straat 5] verklaren de afgelopen weken een witte sprinterbus te hebben gezien voor de woning [a-straat 1] . Er zaten twee mannen in. Deze mannen hebben een stuk van het hek gehaald om de bus met de achterzijde tegen de woning aan te zetten. Deze bus had als opschrift “ [A] ”. Ook hebben zij vaak een gele Renault Kangoo met [kenteken 1] voor de woning zien staan. Deze auto kwam elke week bij de woning en op 8 februari 2019 voor het laatst. Ze hebben er foto’s van gemaakt. Deze gele Renault Kangoo is daar op 26 januari 2019, 1 februari 2019 en 8 februari 2019 door hen gezien en gefotografeerd.
- De buurtbewoner van [a-straat 6] verklaart op 11 februari 2019 dat twee weken daarvoor twee Brabanders met een huurbus uit Brabant de woning aan de [a-straat 1] hebben leeggehaald. Ze hebben lampen, ventilatoren en zakken met vuil uit de woning gehaald. Vlak daarna zijn er twee mannen van Marokkaanse afkomst in de woning geweest. Zij reden in een geelkleurige Caddy.
- De buurtbewoner van [a-straat 7] meldt op 11 februari 2019 dat zij de afgelopen drie weken elke week twee getinte mannen bij de woning aan de [a-straat 1] zag. Deze mannen zetten dan een geel bestelbusje met de achterzijde tegen de voordeur en liepen dan vaak heen en weer.
De eigenaar van de gele Renault Kangoo met [kenteken 1] wordt gehoord. Hij verklaart dat zijn schoonzoon, te weten [verdachte] , meestal gebruik maakt van deze auto.
Op 19 maart 2019 krijgt de politie de melding dat er twee mannen in de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] zijn. De politie treft daar in de woning [verdachte] en [medeverdachte] aan. Beide verdachten waren daar naar toe gereden in een witte bestelbus van [A] .
[verdachte] heeft bij de politie verklaard dat hij in de periode januari-februari 2019 samen met [medeverdachte] een paar keer in de woning aan de [a-straat 1] in [plaats] is geweest. Hij verklaarde dat ze de woning moesten opruimen en dat zij degenen waren in de gele Renault Kangoo met [kenteken 1] . Ze hebben ook een keer een huurbus van [A] meegenomen.
Op grond van bovenstaande feiten en omstandigheden, stelt het hof het volgende vast:
- Op enig moment is er hennep gekweekt in de woning aan de [a-straat 1] te [plaats] . De grote hoeveelheid hennepteelt-gerelateerde voorwerpen en stoffen die in de onbewoonde woning lagen op 11 februari 2019, de verklaringen/bevindingen met betrekking tot het niet besneeuwde dak van de woning en het warmtebeeld, als ook de gedichte gaten in plafond en dak en pas geschilderde muren, getuigen duidelijk van een ontmantelde hennepkwekerij.
- [verdachte] en [medeverdachte] zijn op 26 januari 2019, 1 februari 2019 en 8 februari 2019 in die woning aan het werk geweest.
Het hof is van oordeel dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte als (mede)pleger betrokken is geweest bij de hennepkweek in die woning. Dat kan op grond van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet worden vastgesteld. Daarom zal het hof verdachte van het primair tenlastegelegde vrijspreken.
Subsidiair is, onder meer, aan verdachte tenlastegelegd dat hij voorwerpen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige redenen had om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het telen van hennep in de uitoefening van een beroep of bedrijf als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Opiumwet dan wel tot het grootschalig telen van hennep als bedoeld in artikel 11, vijfde lid, van de Opiumwet. Van grootschalige hennepteelt als bedoeld in het vijfde lid is sprake als het gaat om meer dan 200 hennepplanten.
Verdachte is samen met zijn medeverdachte op meerdere dagen in die onbewoonde woning aan de slag gegaan, terwijl daar verspreid over de gehele woning onmiskenbaar voorwerpen bestemd voor het telen van hennep lagen. Die onmiskenbaarheid volgt uit wat algemeen bekend is over hennepteelt en de feitelijk zichtbare situatie in de woning op 11 februari 2019 zoals door de politie beschreven. De onmiskenbaarheid moet voor verdachte en zijn medeverdachte zelfs nog duidelijker zijn geweest, omdat zij immers in de periode vóór de waarnemingen van de politie in de woning hadden opgeruimd. Het feit dat er 326 lege kweekpotten waren, getuigt van grootschalige teelt (meer dan 200 planten).
Het hof is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte samen met zijn medeverdachte voorwerpen voorhanden heeft gehad, waarvan hij ten minste ernstige redenen had om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het grootschalig telen van hennep. Derhalve acht het hof het subsidiair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.”
2.3.1
De tenlastelegging is toegesneden op artikel 11a Opiumwet. Daarom moet worden aangenomen dat de in de tenlastelegging en de bewezenverklaring voorkomende woorden ‘bestemd zijn tot’ zijn gebruikt in de betekenis die deze woorden hebben in die bepaling.
2.3.2
Artikel 11a Opiumwet luidt:
“Hij die stoffen of voorwerpen bereidt, bewerkt, verwerkt, te koop aanbiedt, verkoopt, aflevert, verstrekt, vervoert, vervaardigt of voorhanden heeft dan wel vervoermiddelen, ruimten, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft of gegevens voorhanden heeft, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, strafbaar gestelde feiten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar of geldboete van de vijfde categorie.”
2.4
Voor een bewezenverklaring van de bestemming als bedoeld in artikel 11a Opiumwet is vereist dat de gedragingen strekken tot voorbereiding of vergemakkelijking van hennepteelt, waarbij het uiteindelijke doel ten behoeve waarvan de handeling wordt verricht van belang is (vgl. HR 13 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:328).
2.5
Het hof heeft geoordeeld dat in de bewezenverklaarde periode de verdachte samen met de medeverdachte voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad die bestemd zijn tot het grootschalig telen van hennep. Daaraan heeft het hof ten grondslag gelegd dat de verdachte, samen met de medeverdachte, op meerdere dagen in de woning heeft gewerkt, terwijl verspreid over de gehele woning onmiskenbaar voorwerpen lagen die bestemd waren voor het telen van hennep. In het licht van wat onder 2.4 is vooropgesteld, is het oordeel van het hof niet zonder meer begrijpelijk. Het hof heeft immers ook vastgesteld dat – gelet op de bevindingen van het strafrechtelijk onderzoek – duidelijk sprake was van een ontmantelde hennepkwekerij en dat de verdachte, samen met een ander, al voordat de politie waarnemingen deed, de woning heeft opgeruimd onder meer door lampen, ventilatoren en zakken met vuil uit de woning te halen. Het hof heeft verder geen nadere vaststellingen gedaan over het uiteindelijke doel van het voorhanden hebben van de voorwerpen en stoffen door de verdachte en de medeverdachte.
2.6
Het cassatiemiddel slaagt.

3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
23 juni 2026.