Uitspraak
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
[klaagster],
DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
(…)
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Klaagster diende bezwaar in tegen de weigering van verweerder om uitvoering te geven aan een uitspraak van het gerecht van 16 april 2018, waarin was bepaald dat verweerder binnen drie maanden een nieuwe beslissing moest nemen op haar verzoek tot bevordering naar schaal 9 met ingang van 1 augustus 2012.
Het gerecht constateerde dat verweerder geen gevolg had gegeven aan deze uitspraak en dat de oorspronkelijke beschikking onvoldoende was gemotiveerd, mede omdat een negatieve beoordeling niet tijdig aan klaagster was medegedeeld. Klaagster stelde dat verweerder handelde in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur en verzocht om een bevel tot bevordering en vergoeding van haar proceskosten.
Het gerecht overwoog dat artikel 96 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (LA) alleen bevoegdheid geeft om bij niet-uitvoering van een uitspraak een schadevergoeding vast te stellen, niet om uitvoering af te dwingen of een dwangsom op te leggen. Omdat klaagster geen schadevergoeding had gevraagd, maar bevordering, was er geen wettelijke grondslag voor haar verzoek. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard, met de kanttekening dat verweerder uit zorgvuldigheid nog steeds verplicht is om op het bevorderingsverzoek te beslissen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de niet-uitvoering van de bevorderingsbeslissing wordt ongegrond verklaard.