ECLI:NL:OGAACMB:2021:90
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn bij asielprocedure
Appellant diende op 3 februari 2019 een asielaanvraag in bij verweerder. Na het uitblijven van een beslissing maakte appellant op 4 mei 2019 bezwaar. Verweerder wees de asielaanvraag af op 21 januari 2021 en verklaarde het bezwaarschrift op 22 januari 2021 niet-ontvankelijk omdat inmiddels een beslissing was genomen.
Appellant stelde beroep in tegen de niet-ontvankelijkverklaring en vorderde schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Hij stelde dat de procedure langer dan twee jaar had geduurd, waardoor de redelijke termijn was overschreden.
Het gerecht overwoog dat appellant geen procesbelang had bij het beroep, omdat het niet gericht was op een inhoudelijke toetsing van de beslissing maar op vergoeding van immateriële schade. Desondanks is vergoeding mogelijk. Het gerecht hanteerde de jurisprudentie dat de redelijke termijn voor bezwaar en beroep samen twee jaar bedraagt. De totale duur van bezwaar en beroep was ruim twee jaar en vier maanden, wat een overschrijding van ruim vier maanden betekent.
Verweerder werd veroordeeld tot betaling van Afl. 500,- immateriële schadevergoeding en Afl. 700,- proceskostenvergoeding. Het beroep werd niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan op 13 september 2021 door rechter M.M. de Werd.
Uitkomst: Beroep niet-ontvankelijk; verweerder veroordeeld tot vergoeding van Afl. 500,- immateriële schade en Afl. 700,- proceskosten.