In deze zaak heeft het Gerecht in Ambtenarenzaken van Curaçao de bezwaren van klagers, die allen politieambtenaren zijn, beoordeeld. Klagers hebben bezwaar gemaakt tegen de nieuwe landsbesluiten van de Regering van Curaçao, die de functie en bezoldiging van klagers met ingang van 1 mei 2022 vaststelden. Klagers stelden dat de Regering niet of niet volledig uitvoering heeft gegeven aan een eerdere uitspraak van het Gerecht van 6 november 2023, die door de Raad van beroep in Ambtenarenzaken op 14 februari 2024 is bevestigd. Het Gerecht heeft vastgesteld dat de bezwaren van klagers niet-ontvankelijk zijn, omdat de Regering inmiddels uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de Raad. Echter, het Gerecht heeft ook geoordeeld dat de Regering te laat uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak, wat aanleiding geeft tot vergoeding van immateriële schade aan klagers. Het Gerecht heeft de Regering veroordeeld tot betaling van Cg 500,- per klager en tot vergoeding van proceskosten van Cg 1.400,-.