Klager, werkzaam als ambtenaar bij Bureau City Inspector, maakte bezwaar tegen het landsbesluit waarin hij werd bevorderd en geplaatst in verschillende functies, waaronder City Inspector B. Hij stelde dat zijn plaatsing in City Inspector B onterecht was en dat hij eerder recht had op bevorderingen naar hogere schalen. Het gerecht beoordeelde het bezwaar en stelde vast dat klager ten onrechte was geplaatst in de functie City Inspector B, omdat deze functie lager werd gewaardeerd dan de oorspronkelijke functie City Inspector.
De bevordering naar hoofdklerk (schaal 5) per 1 december 2018 werd door het gerecht als correct beoordeeld, mede omdat het terugwerkende krachtbeleid van drie jaar werd toegepast. Ook de latere bevordering naar adjunct-commies (schaal 6) per 1 juni 2023 werd geaccepteerd, ondanks het bezwaar van klager over de ingangsdatum, omdat het 90-dagen beleid voor arbeidsongeschiktheid juist werd toegepast.
Het gerecht oordeelde dat het bezwaar gegrond is voor de plaatsing in City Inspector B en vernietigde het landsbesluit voor zover dit betreft. Verweerder werd opgedragen binnen drie maanden een nieuw landsbesluit te nemen. Het bezwaar werd voor het overige ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan klager.