De zaak betreft het hoger beroep van de gouverneur tegen een uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba waarin het bezwaar van een ambtenaar, hierna [A], tegen het uitstel van haar bevordering werd gegrond verklaard. [A] was in de anciënniteitsperiode van vijf jaar langdurig arbeidsongeschikt, waardoor de gouverneur haar bevordering pas met ingang van 1 augustus 2019 wilde laten ingaan, uitgaande van het 90-dagen verzuimbeleid.
De Raad overweegt dat het bestuursorgaan bevoegd is om de ingangsdatum van een bevordering uit te stellen bij langdurige arbeidsongeschiktheid, omdat het functioneren in die periode niet goed beoordeeld kan worden. Het 90-dagen verzuimbeleid houdt in dat bij meer dan 90 dagen arbeidsongeschiktheid de anciënniteitsperiode wordt verlengd met het aantal dagen boven die 90. Dit beleid acht de Raad niet in strijd met wettelijke bepalingen.
De gouverneur voerde een nieuw 15%-verzuimbeleid aan, dat een proportionele drempel hanteert, maar de Raad gaat hieraan voorbij omdat dit beleid niet gunstiger is voor [A]. De Raad past het 90-dagen verzuimbeleid proportioneel aan naar 113 dagen voor de vijfjarige anciënniteitsperiode van [A], waardoor de bevordering wordt uitgesteld tot 10 april 2019. Gelet op uitvoeringstechnische redenen mag de gouverneur de bevordering laten ingaan op 1 mei 2019.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat in een vergelijkbare zaak het 15%-verzuimbeleid gunstiger uitpakte. De Raad vernietigt het deel van de uitspraak waarin de gouverneur werd opgedragen opnieuw te beslissen en bevestigt het overige. De gouverneur wordt opgedragen binnen twee maanden een nieuw besluit te nemen conform deze uitspraak.