Uitspraak
[eiser],
ROMAR TRADING COMPANY N.V.,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze zaak vordert de voormalige werknemer, een chauffeur, de opheffing van een conservatoir derdenbeslag dat door zijn voormalige werkgever Romar Trading Company N.V. is gelegd wegens vermeende verduistering van gelden en goederen tijdens zijn dienstverband.
De arbeidsovereenkomst tussen partijen was met wederzijds goedvinden beëindigd tegen betaling van een beëindigingsvergoeding. Romar stelt echter een tegenvordering wegens verduistering van circa Afl. 20.767,63 en heeft daarom beslag gelegd op een bedrag bij de huidige werkgever van de werknemer.
De werknemer betwist de tegenvordering en stelt dat hij geen gelden of goederen heeft verduisterd. Het gerecht oordeelt dat de werknemer onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de vordering van Romar ondeugdelijk is. Een belangenafweging in het kort geding leidt tot handhaving van het beslag.
De vordering tot opheffing van het beslag wordt afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op Afl. 1.500,00.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het conservatoir derdenbeslag wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.