ECLI:NL:OGEAA:2016:27

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
12 januari 2016
Publicatiedatum
13 januari 2016
Zaaknummer
EJ nr. 1859 van 2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253c BW ArubaArt. 6 lid 1 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wijziging eenhoofdig gezag en onderzoek sociale omstandigheden minderjarigen

De vader heeft bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een verzoek ingediend tot wijziging van het gezag over zijn drie minderjarige kinderen, geboren in Aruba, waarbij hij verzocht alleen dan wel gezamenlijk met de moeder het gezag te verkrijgen en de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen.

De moeder oefent momenteel het eenhoofdig gezag uit maar is sinds juli 2015 naar Colombia vertrokken, waarbij zij de kinderen bij de vader heeft achtergelaten en geen contact meer onderhoudt. De vader weet niet waar de moeder verblijft. De Voogdijraad meldde dat er een klacht tegen de vader wegens mishandeling van de moeder is ingediend en dat de moeder naar Colombia is gevlucht.

Het gerecht baseert zich op artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek van Aruba, dat de vader de mogelijkheid biedt om wijziging van het gezag te verzoeken. Gezien de omstandigheden acht het gerecht het noodzakelijk dat de Voogdijraad onderzoek verricht naar de sociale omstandigheden van partijen om te beoordelen of wijziging van het eenhoofdig gezag in het belang van de minderjarigen is.

De zaak is aangehouden en verwezen naar een rolzitting op 1 maart 2016 voor overlegging van het rapport van de Voogdijraad. Iedere verdere beslissing is aangehouden totdat het rapport is ingediend.

Uitkomst: Het gerecht houdt de beslissing aan en gelast de Voogdijraad een onderzoek naar de sociale omstandigheden van partijen.

Uitspraak

Beschikking van 12 januari 2016
Behorend bij EJ nr. 1859 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
op het verzoek van:
[verzoeker],
wonende in Aruba,
VERZOEKER, hierna: de vader,
gemachtigde: de advocaat mr. D.C. Lopez Paz,
tegen
[de moeder],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Colombia,
VERWEERSTER, hierna: de moeder,
niet verschenen.
Belanghebbenden:
[minderjarige 1],
[minderjarige 2],
[minderjarige 3],
hierna: de minderjarigen.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift, ingediend op 25 augustus 2015;
  • de notities, ingediend op 23 november 2015
  • de griffiersaantekeningen van de mondelinge behandeling van 24 november 2015, waaruit blijkt dat is verschenen de verzoeker bij zijn gemachtigde. Namens de Voogdijraad is aanwezig mevrouw A. Flanders. De moeder heeft geen verweerschrift ingediend en is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen
De uitspraak is bepaald op heden.

2.DE FEITEN

2.1
Uit de moeder zijn geboren de thans nog minderjarige:
- [ minderjarige 1], op [datum] 2010 in Aruba,
- [ minderjarige 2] op [datum] 2011 in Aruba, en
- [ minderjarige 3] op [datum] 2013 in Aruba.
2.2
De minderjarigen zijn door de vader erkend.
2.3
De moeder oefent van rechtswege het gezag over de minderjarigen alleen uit.

3.HET VERZOEK

De vader verzoekt het gezag over de minderjarigen te wijzigen, in die zin dat hij alleen dan wel gezamenlijk met de moeder met het gezag wordt belast, voorts dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij hem wordt bepaald.

4.DE BEOORDELING

4.1
Het verzoek is gebaseerd op artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek van Aruba (hierna: BW). Artikel 1:253c lid 1 BW biedt de tot het gezag bevoegde vader, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de mogelijkheid om het gerecht te verzoeken om hem in plaats van de moeder met het gezag over het kind te belasten. Uit de jurisprudentie (vgl. HR 27 mei 2005, NJ 2005, 485) volgt dat dit artikel in overeenstemming met artikel 6 lid 1 EVRM Pro aldus moet worden uitgelegd, dat de vader niet alleen om toekenning van eenhoofdig, maar ook van gezamenlijk gezag over het kind kan verzoeken. Aangenomen moet worden dat indien een op eenhoofdig of gezamenlijk gezag gericht verzoek van de vader voorligt, eenhoofdig gezag slechts in aanmerking komt indien de rechter zulks in het belang van het kind wenselijk oordeelt (vgl. GHvJNAA 6-1-2009; ECLI:NL:OGHNAA:2009:BH0540).
4.2
De vader heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd, dat de moeder in juli 2015 naar Colombia is vertrokken met achterlating van de minderjarigen bij de vader, en sindsdien te kennen heeft gegeven niet van plan te zijn binnenkort terug te keren. Voorts heeft de vader te kennen gegeven dat hij geen contact meer heeft met de moeder en dat hij niet weet waar zij verblijft.
De Voogdijraad heeft ter zitting te kennen gegeven dat er inmiddels via de Directie Sociale Zaken een klacht tegen de vader is ingediend, wegens mishandeling van de moeder, en dat de moeder naar Colombia is gevlucht.
4.3
Gelet op het voorgaande acht het gerecht het noodzakelijk dat de Voogdijraad onderzoek verricht naar de sociale omstandigheden van partijen, ter beantwoording van de vraag of in dit geval het belang van de minderjarigen vereist dat het eenhoofdig gezag van de moeder wordt gewijzigd.
4.4
De zaak zal worden verwezen naar een hieronder te vermelden rolzitting voor overlegging van het rapport zijdens de Voogdijraad.
4.5
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5.DE BESLISSING

Het gerecht:
verzoekt de Voogdijraad om onderzoek in te stellen naar de sociale omstandigheden van partijen en daarover een rapport uit te brengen, waarin de hierboven in overweging 4.3 geformuleerde vraag dient te worden beantwoord,
verwijst de zaak naar de zitting van
dinsdag 1 maart 2016 om 8.30 uur, voor het indienen van voornoemd rapport door de Voogdijraad,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven op 12 januari 2016 door de rechter mr. N.K. Engelbrecht in tegenwoordigheid van de griffier.