ECLI:NL:OGHNAA:2009:BH0540

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba

Datum uitspraak
6 januari 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
EJ-G 153/07– H. 88/08
Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253b BWArt. 1:253c BWArt. 1:253a BWArt. 6 EVRMArt. 8 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gezamenlijk ouderlijk gezag en verblijfplaats kind bij vader toegewezen

In deze zaak stond de vraag centraal wie het ouderlijk gezag over het kind John Antony, geboren in 2004, zou krijgen. De vader had het gezag toegewezen gekregen door de rechtbank, maar de moeder ging hiertegen in hoger beroep. Het Hof heeft het advies van de Raad voor het Welzijn van het Kind gevolgd, die beide ouders adviseerde te belasten met het gezag.

Het Hof oordeelde dat eenhoofdig gezag niet in het belang van het kind was en dat beide ouders gezamenlijk het gezag moesten uitoefenen. De verblijfplaats van het kind werd bij de vader vastgesteld vanwege de continuïteit en het welzijn van het kind, aangezien het kind al langere tijd bij de vader en diens familie verbleef en het daar goed maakte.

De omgangsregeling ten behoeve van de moeder bleef gehandhaafd totdat partijen een andere regeling treffen. De kosten van de procedure werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het Hof vernietigde de eerdere beschikking en sprak deze nieuwe beslissing uit op 6 januari 2009.

Uitkomst: Het Hof wijst het gezamenlijk ouderlijk gezag toe aan beide ouders en bepaalt de verblijfplaats van het kind bij de vader.

Uitspraak

Registratienrs. EJ-G 153/07– H. 88/08
Uitspraak: 6 januari 2009
BESCHIKKING GEGEVEN DOOR HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA
in de zaak van:
[naam moeder],
wonend op Curaçao,
oorspronkelijk verweerster, thans appellante,
hierna te noemen: de moeder,
gemachtigde: mr. H.M. van Rossum,
tegen
[naam vader],
wonend op Curaçao,
oorspronkelijk verzoeker, thans geïntimeerde,
hierna te noemen: de vader,
gemachtigde: mr. E.B. Wilsoe,
Het verloop van de procedure
1.1. Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en verzocht, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao, (GEA) wordt verwezen naar de tussen partijen in de zaak met EJ nummer G-153 van 2007 gewezen en op 10 januari 2008 uitgesproken beschikking. De inhoud van die beschikking geldt als hier ingevoegd.
1.2. De moeder is bij beroepschrift, met producties, ingekomen op 13 februari 2008, in hoger beroep gekomen van voornoemde beschikking. Daarin heeft zij haar beroep toegelicht en geconcludeerd dat het Hof de bestreden beschikking zal vernietigen en haar met het ouderlijk gezag zal belasten, althans het verzoek van de vader zal afwijzen.
1.3. De vader heeft in een verweerschrift, met producties, het hoger beroep bestreden en geconcludeerd tot bevestiging van de bestreden beschikking.
1.4. Op 28 mei 2008 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Beide partijen zijn verschenen, vergezeld van hun gemachtigden, alsmede C. Monk, de levenspartner van de moeder. Tevoren waren door de gemachtigde van de vader producties ingezonden. Van deze zitting is een proces-verbaal opgemaakt. Partijen zijn ter zitting een omgangsregeling overeengekomen. De behandeling is aangehouden.
1.5. Op verzoek van het Hof heeft de Raad voor het Welzijn van het Kind (voogdijraad Curaçao) een onderzoek ingesteld. Op 17 september 2008 is het rapport daarvan ingekomen, met verklaringen van partijen naar aanleiding van de rapportage.
1.6. Door de vader is een klacht tegen het rapport d.d. 3 oktober 2008 ingezonden.
1.7. Op 4 november 2008 is de behandeling voortgezet. Beide partijen zijn verschenen, vergezeld van hun gemachtigden, alsmede C. Monk voornoemd. Ook de Raad voor het Welzijn van het Kind (voogdijraad Curaçao) is verschenen. Door de gemachtigde van de vader zijn pleitaantekeningen, met producties, overgelegd.
1.8. Het Hof heeft op de zitting bepaald dat heden een beschikking zal worden uitgesproken.
2. De gronden van het hoger beroep
Voor de gronden van het hoger beroep wordt verwezen naar het beroepschrift.
3. Beoordeling
3.1. Het gaat om het gezag en de verblijfplaats van het kind van partijen, John Antony, geboren op 28 december 2004 in Colombia. Het kind is buiten huwelijk geboren, maar erkend door de vader. De vader heeft verzocht hem in plaats van de moeder te belasten met het gezag. Het GEA heeft dit verzoek ingewilligd, uitvoerbaar bij voorraad. Hiertegen richt zich het hoger beroep van de moeder. Zij gaat niet langer akkoord met de overgang van het gezag naar de vader en wenst afwijzing van zijn verzoek. Het Hof begrijpt uit het standpunt van de vader zoals naar voren gebracht ter zitting van 4 november 2008 (zie ook pleitaantekeningen van mr. Wilsoe onder 22) dat de vader subsidiair verzoekt beide ouders met het gezag te belasten, waarbij de verblijfplaats van het kind bij de vader gehandhaafd blijft.
3.2. De Raad voor het Welzijn van het Kind (voogdijraad Curaçao) heeft geadviseerd beide ouders te belasten met het ouderlijk gezag, de verblijfplaats van het kind te bepalen bij de moeder en een omgangsregeling te treffen ten behoeve van de vader.
3.3. Ingevolge artikel 1:253b BW oefende de moeder vanaf de geboorte van het kind het gezag van rechtswege alleen uit. De vader kan op grond van artikel 1:253c BW verzoeken hem met het gezag te belasten. Dat de vader niet het gezamenlijk gezag kan verzoeken tegen de wil van de moeder, moet in strijd met de artikelen 6 en 8 EVRM worden geacht (vergelijk ten aanzien van artikel 1:252 BW Pro HR 28 maart 2008, NJ 2008, 189). Aangenomen moet worden dat indien een op eenhoofdig of gezamenlijk gezag gericht verzoek van de vader voorligt, eenhoofdig gezag slechts in aanmerking komt indien de rechter zulks in het belang van het kind wenselijk oordeelt. Aldus het voorontwerp-Landsverordening gezamenlijk gezag waarop het Hof in zijn beschikking van 10 juni 2008 (E. 400/07 – H. 89/08) heeft geanticipeerd.
3.4. In casu kan niet worden gezegd dat eenhoofdig gezag in het belang van het kind wenselijk moet worden geoordeeld. Het hof zal daarom, in overeenstemming met het advies van de Raad voor het Welzijn van het Kind (voogdijraad Curaçao), beide ouders belasten met het ouderlijk gezag.
3.5. In het kader van de geschillenregeling van artikel 1:253a BW kan de rechter de verblijfplaats van het kind vaststellen (HR 2 februari 1990, NJ 1990, 363 en HR 15 december 2000, NJ 2001, 123). Het Hof acht met het oog op het bepalen van de verblijfplaats beide ouders geschikt. Aangezien het kind al zolang bij de vader en diens familie verblijft, het kind het daar goed maakt, zonder dat enig risico is gebleken, is het naar het oordeel van het Hof het meest in het belang van het kind dat zulks wordt gecontinueerd. Dat de familie van de vader intensief betrokken is bij de verzorging en opvoeding ziet het Hof niet als bezwaar.
3.6. De ter zitting van 28 mei 2008 door partijen overeenkomen omgangsregeling ten behoeve van de moeder (neergelegd in het proces-verbaal van de zitting van 28 mei 2008) geldt als gehandhaafd totdat partijen – die samen het gezag hebben – een andere regeling hebben getroffen.
3.7. Uit het voorgaande volgt dat de bestreden beschikking moet worden vernietigd. Het Hof zal beide ouders belasten met het gezag en de verblijfplaats van het kind bepalen bij de vader. Gelet op de aard van de relatie tussen partijen en de aard van deze procedure zullen de kosten van beide instanties worden gecompenseerd.
4. Beslissing
Het Hof:
- vernietigt de bestreden beschikking, en opnieuw rechtdoende:
- belast de vader en de moeder met het gezamenlijk gezag over hun kind, John Antony, geboren op 28 december 2004 in Colombia;
- bepaalt dat de verblijfplaats van het kind bij de vader is;
- draagt de griffier op het gezamenlijk gezag in te schrijven in het gezagsregister;
- compenseert de proceskosten in beide instanties aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J. de Boer, E.P. van Unen en U.I.D. Luydens, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2009 op Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.