In deze merkenrechtzaak tussen Rolex S.A. en Manufacture des Montres Rolex S.A. enerzijds en The Polo/Lauren Company L.P. anderzijds, heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een tussenbeschikking gegeven op 19 april 2016. De procedure was aangehouden om te onderzoeken of aan de vereisten van betekening en kennisgeving was voldaan conform het Haags Betekeningsverdrag 1965.
De griffier had kennisgeving gedaan van de zitting en het verzoek, maar uit de ingewonnen informatie bleek dat de betekening aan Polo Lauren niet volledig volgens het verdrag was uitgevoerd. Zo ontbrak bewijs dat de stukken conform de wetgeving van de staat New York waren betekend en dat Polo Lauren persoonlijk of op een toegestane wijze was bereikt.
Het gerecht stelde Rolex in de gelegenheid om zich uit te laten over dit punt en hield iedere verdere beslissing aan. De zaak werd verwezen naar een nieuwe zitting voor nadere uitlatingen van Rolex. De beschikking werd uitgesproken door rechter W.J. Noordhuizen in aanwezigheid van de griffier.