Conclusie
1.Feiten en procesverloop
2.Procesverloop2.1 In dit geding heeft Banco di Caribe bij inleidend verzoekschrift betaling gevorderd van [verzoeker] van een bedrag van Afl. 166.238,29, vermeerderd met 18% rente per jaar.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Gomes c.s./Cosster). [7] In dat geval, zo overwoog de HR in hetzelfde arrest, brengt een aan de strekking van art. 273 lid 1 Rv Pro beantwoordende toepassing van die bepaling mee dat een hernieuwde aanzegging en betekening plaatsvindt, ditmaal met inachtneming van het verzuimde vormvoorschrift. Art. 273 lid 1 Rv Pro Aruba staat er, gezien haar strekking en gelet op overwegingen van proceseconomie, niet aan in de weg dat het bevel tot hernieuwde betekening wordt gegeven door het Hof, in plaats van door de rechter in eerste aanleg. [8] Dit kan zowel direct bij het vonnis waarbij de nietigheid wordt uitgesproken, als bij een later door het Hof te geven afzonderlijk vonnis. Voor dit laatste is in het bijzonder plaats indien het Hof, de nietigheid van het exploot uitsprekende, niet beschikt over alle voor een hernieuwde betekening benodigde gegevens. De appellant dient alsdan in de gelegenheid te worden gesteld zodanige gegevens binnen een door het Hof te stellen termijn te verschaffen. Maakt hij van deze gelegenheid geen gebruik of blijken de door hem verschafte gegevens niet toereikend om de hernieuwde betekening op rechtsgeldige wijze te doen geschieden, dan brengen de eisen van een goede procesorde mee dat hij alsnog in zijn hoger beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard. Bij gebreke van deze sanctie zou de appellant het immers in de hand hebben de loop van het geding op een met die eisen niet verenigbare wijze te belemmeren of te vertragen, aldus nog steeds het arrest
Gomes/Cosster. [9]
nietis opgenomen in art. 5 sub Pro 8ᵒ Rv Aruba. Over de reden waarom dit niet is gebeurd, heb ik geen informatie kunnen vinden. In ieder geval is hierover in de wetsgeschiedenis terzake van art. 5 Rv Pro Aruba niets te vinden. [24]
NJ1978/576 (
Ter Berg/Ciecierski). [25] Toezending van een afschrift aan de diplomatieke of consulaire ambtenaar van het land van de bekende woon- of verblijfplaats en een tweede afschrift per aangetekende brief aan de woonplaats of het werkelijk verblijf van de geëxploteerde, is dus geen bestanddeel van de betekening. Dat betekent dat voor een rechtsgeldige betekening op grond van art. 55 lid 1 RvNL Pro niet van belang is of het stuk de geëxploteerde daadwerkelijk heeft bereikt. Dit systeem van betekening wordt wel aangeduid als 'fictieve betekening' of
remise au parquet. [26]
public act). De bevoegdheid van de Nederlandse deurwaarder tot het verrichten van deze handeling is echter beperkt tot het grondgebied van de Nederlandse staat. Dit betekent dat voor betekening van een exploot aan een in het buitenland woonachtige of verblijvende geëxploteerde de medewerking van de autoriteiten van de betreffende staat is vereist. Zonder bindende, in verdragen of andere regelingen neergelegde, afspraken is echter onzeker of de buitenlandse autoriteiten die medewerking – die in beginsel langs diplomatieke weg zal moeten worden verkregen – zullen verlenen. Om te bereiken dat recht wordt gedaan aan de belangen van degene op wiens verzoek het exploot wordt gedaan, is het nodig dat aan de onzekerheid over de medewerking van buitenlandse autoriteiten een einde komt. Dit geldt temeer indien het exploot een procesinleidend stuk betreft. Het recht op een effectieve toegang tot de rechter brengt dan met zich dat een partij haar wederpartij binnen redelijke termijn in rechte moet kunnen betrekken. [27] Om deze reden wordt een fictieve betekening aanvaard. [28]
remise au parketniet langer toegestaan. Reële betekening waarbij het te betekenen stuk de gedaagde bereikt moet hebben, is daar het uitgangspunt. [31] Daarnaast is Nederland partij bij diverse multi- en bilaterale (rechtshulp)verdragen die (mede) betrekking hebben op internationale betekening. Deze verdragen, waarvan het Haags Betekeningsverdrag 1965 de bekendste is, laten het systeem van fictieve betekening, zoals neergelegd in art. 55 RvNL Pro, in beginsel onaangetast, maar bevatten wel diverse waarborgen voor het respecteren van de belangen van de geëxploteerde (vgl. bijv. art. 15 en Pro 16 van het Haags Betekeningsverdrag 1965). [32] Illustratief zijn de navolgende passages uit de MvT op de Goedkeuringswet betreffende het Haags Betekeningsverdrag 1965:
(thans art. 55 lid 1 Rv Pro) betekende exploiten, bestemd voor personen die een bekende woonplaats in een land buiten het Koninkrijk hebben.”
zoals A-G Franx reeds opmerkte in zijn conclusie voor HR 30 december 1977, NJ 1978/576 m.nt. W.H.H is deze zin de drukkerij kennelijk niet ongeschonden gepasseerd). Verschijnt de verweerder niet, en is de termijn van dagvaarding – die bij voorbeeld in Nederland op genoemd tijdstip begint te lopen – in acht genomen, dan is het voor de mogelijkheid van het verlenen van verstek tegen die verweerder onverschillig wat er na de betekening ten parkette met het stuk is gebeurd. De (ongecorrigeerde) toepassing van het stelsel van de betekening ten parkette vergroot dan ook de mogelijkheid, dat tegen een buitenlandse verweerder een geding aanhangig wordt gemaakt en gevoerd, en ook een (verstek-)vonnis wordt gewezen, zonder dat deze daarvan op de hoogte is of zelfs maar kan zijn. Hierop gelet wil artikel 15 ter Pro bescherming van genoemd belang van buitenlandse verweerders, de mogelijkheid van fictieve mededeling in een verdragsstaat van voor verweerders in een andere verdragstaat bestemde dagvaardingen e.d. uitsluiten Immers, volgens dat artikel zal de rechter van een verdragstaat in een geval, als bedoeld in de aanhef van het eerste lid van dat artikel in het algemeen – namelijk behoudens het bepaalde in het laatste lid van het artikel – geen beslissing tegen de niet-verschenen verweerder mogen geven, indien en zolang niet is gebleken dat van het stuk, dat het geding inleidt voor de mogelijkheid van het voeren van verweer tijdig mededeling is gedaan door een in het buitenland verrichte handeling, als bedoeld in het eerste lid onder a of b, van het artikel of, wanneer door die verdragstaat de in het tweede lid van het artikel bedoelde verklaring is afgelegd, indien en zolang niet aan èlk van de in dat tweede lid genoemde voorwaarden is voldaan.” [33]
een eerbewijs voor het beginsel van hoor en wederhoor’ [34] , geldt, zoals gezegd, niet in de onderlinge verhouding tussen Nederland en Aruba. Voor rechtsgeldige betekening is ‘betekening ten parkette’ op grond van art. 55 lid 1 Rv Pro NL dus voldoende.
verzetin te stellen - waardoor in dezelfde instantie alsnog op tegenspraak geprocedeerd kan worden – komt dan tegemoet aan de onvolkomenheid dat het verstekvonnis niet op tegenspraak is gewezen. [39] Ook in de rechtspraak van de Hoge Raad wordt het rechtsmiddel van verzet gekoppeld aan het beginsel van hoor en wederhoor:
nietde in art. 55 lid Pro 1, tweede volzin, Rv NL opgenomen regeling bevat (dat een tweede afschrift van het exploot door de deurwaarder per aangetekende brief onverwijld wordt toegezonden aan de woonplaats of het werkelijk verblijf van de betrokkene), deze bepaling het recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak en daadwerkelijke toegang tot de rechter, alsmede een fair proces en de mogelijkheid om daadwerkelijk het ingeroepen recht te kunnen verwezenlijken, onvoldoende waarborgt.
NJ2016/89 (
[.../...]), waarin het ging om een niet-verschenen gedaagde die in eerste aanleg bij verstek is veroordeeld in een vonnis dat volgens art. 140 lid 3 Rv Pro NL als een vonnis op tegenspraak moet worden beschouwd, en waartegen uitsluitend het rechtsmiddel van hoger beroep kan worden aangewend. De Hoge Raad overwoog het volgende: [45]
NJ2016/495 (
Morning