ECLI:NL:OGEAA:2016:631

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
21 september 2016
Publicatiedatum
28 september 2016
Zaaknummer
A.R. 1030 van 2015
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling studielening door de Staat der Nederlanden tegen gedaagde

De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door DUO, heeft een incassoprocedure gestart tegen gedaagde wegens niet-nakoming van betalingsverplichtingen uit hoofde van een studielening. Gedaagde erkent de vordering, maar betwist het ontvangen van aanmaningsbrieven.

Het gerecht stelt vast dat de aanmaningen naar het bekende adres in Aruba zijn verzonden en dat gedaagde naliet DUO te informeren over adreswijzigingen. Hierdoor faalt haar verweer dat zij de aanmaningen niet heeft ontvangen. Tevens wordt bevestigd dat er geen sprake is van onterecht berekende rente over leningen uit 1998 en 1999.

De rechter veroordeelt gedaagde tot betaling van de hoofdsom van €5.969,27, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 17 maart 2015, en tot vergoeding van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de studielening, rente en proceskosten.

Uitspraak

Vonnis van 21 september 2016
Behorend bij A.R. 1030 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS
in de zaak van:
DE STAAT DER NEDERLANDEN, MINISTERIE VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP, DIENST UITVOERING ONDERWIJS,
zetelend in Nederland,
EISERES, hierna ook te noemen: DUO,
gemachtigde: de advocaat mr. M.W.A. van der Gulik,
tegen:
Gedaagde,
wonende in Aruba, te [adres],
GEDAAGDE, hierna ook te noemen: Gedaagde,
procederend in persoon.

1.DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit de navolgende processtukken/proceshandelingen:
- het verzoekschrift met producties, ingediend op 18 mei 2015;
- de conclusie van antwoord van 4 november 2015;
- de conclusie van repliek van 10 februari 2016;
- de conclusie van dupliek van 6 april 2016;
- de akte uitlating productie van 11 mei 2016.
Vonnis is nader bepaald op heden.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1
Tussen DUO en Gedaagde is een leenovereenkomst gesloten.
2.2
Gedaagde is tekort geschoten in de nakoming van de uit die overeenkomst voortvloeiende betalingsverplichtingen.

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

3.1
DUO vordert – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad – veroordeling van Gedaagde tot betaling van € 5.969,27 zijnde de hoofdsom vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten en de rente verschenen tot en met 16 maart 2015, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.896,72 vanaf 17 maart 2015 en met veroordeling van Gedaagde tot vergoeding van de proceskosten.
3.2
Gedaagde erkent de vordering maar betwist dat zij aanmaningsbrieven heeft ontvangen.

4.DE BEOORDELING

4.1
De hoofdvordering is gegrond op de wet en komt derhalve als onweersproken voor toewijzing in aanmerking.
4.2
Alle door DUO overgelegde aan Gedaagde gerichte aanmaningen zijn verzonden naar het adres [adres] in Aruba en gesteld noch gebleken is dat die aanmaningen daar niet zijn aangekomen. Het verweer van Gedaagde, dat zij in de periode van juli 2012 tot januari 2015 niet aldaar woonachtig is maar wel ingeschreven stond op dat adres, faalt. Het niet ontvangen van de aanmaningsbrieven is veroorzaakt doordat Gedaagde heeft verzuimd DUO een adreswijziging te doen toekomen. Van Gedaagde had verwacht mogen worden dat zij DUO in kennis had gesteld van haar diverse verhuizingen.
4.3
Gedaagde heeft bij conclusie van dupliek betwist dat zij in de jaren 1998 en 1999 enig bedrag van DUO heeft ontvangen. Zij verzoekt DUO om, mocht zij gelijk hebben en mocht DUO over dit bedrag rente hebben berekend, dit bedrag en de rente in mindering op de vordering te brengen. Bij akte uitlating van 11 mei 2016 heeft DUO beaamd dat Gedaagde in 1998 en 1999 geen leningsbedrag heeft ontvangen. Dit bedrag is echter, aldus DUO, niet in de vordering opgenomen. Gelet op deze reactie en het daaruit blijkende gelijk van Gedaagde acht het gerecht het overbodig om haar in de gelegenheid te stellen (andermaal) haar mening te geven. Het gerecht neemt verder aan dat van ten onrechte berekende rente geen sprake is.
Het door Gedaagde bij conclusie van dupliek aan de gemachtigde van DUO gedane verzoek tot het treffen van een betalingsregeling behoeft in dit vonnis geen bespreking.
4.4
Als de in het ongelijk te stellen partij zal Gedaagde de proceskosten van DUO moeten vergoeden, welke tot op heden zijn begroot op Afl. 450,- aan griffierecht, Afl. 222,43 aan explootkosten en Afl. 1.000,- aan salaris van de gemachtigde (2 punten van liquidatietarief 3, ad Afl. 500,- per punt), zijnde in totaal Afl. 1.672,43.

5.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
veroordeelt Gedaagde om tegen kwijting te betalen aan DUO € 5.969,27, althans de tegenwaarde daarvan in Arubaanse courant tegen de koers geldende op de dag van betaling, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 4.896,71 vanaf 17 maart 2015,
veroordeelt Gedaagde in de kosten van de procedure die tot de datum van uitspraak aan de kant van DUO worden begroot op Afl. 1.672,43,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.W. van Schendel, rechter, en werd uitgesproken door mr. M. Schoemaker, ter openbare terechtzitting van woensdag 21 september 2016 in aanwezigheid van de griffier.