ECLI:NL:OGEAA:2016:724

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
19 oktober 2016
Publicatiedatum
11 november 2016
Zaaknummer
K.G. nr. 2185 van 2016
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 555 RvArt. 556 RvArt. 557 RvArt. 444 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming appartement wegens huurachterstand na buitengerechtelijke ontbinding huurovereenkomst

In deze kortgedingprocedure vordert eiseres ontruiming van een appartement dat door gedaagde wordt gehuurd op grond van een schriftelijke huurovereenkomst. Gedaagde is sinds mei 2016 in gebreke gebleven met het betalen van de huur van Afl. 850,- per maand. Eiseres heeft de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden vanwege een huurachterstand van drie maanden en gedaagde gesommeerd het gehuurde uiterlijk 30 september 2016 te verlaten.

Gedaagde is niet verschenen bij de zittingen, waarna verstek is verleend. Het gerecht stelt vast dat de vordering niet is weersproken en niet onrechtmatig of ongegrond is. Daarom wordt de ontruiming toegewezen, met een termijn van één maand na betekening van het vonnis voor gedaagde om het appartement te verlaten.

Verder wordt gedaagde veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur vanaf mei 2016 tot de dag van ontruiming en in de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het gerecht wijst het meer of anders gevorderde af. Eiseres heeft geen machtiging nodig om de deurwaarder in te schakelen voor de ontruiming, aangezien dit exclusief het terrein van de deurwaarder is.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming binnen één maand en betaling van achterstallige huur vanaf mei 2016.

Uitspraak

Vonnis in kort geding van 19 oktober 2016
Behorend bij K.G. nr. 2185 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS IN KORT GEDING
in de zaak van:
[naam],
wonende te Aruba,
EISERES,
gemachtigde: de advocaat mr. E.J.M. Cafarzuza,
tegen:
[naam],
wonende te Aruba,
GEDAAGDE.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift met producties, ingediend op 6 september 2016;
  • de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de mondelinge behandeling op 23 september 2016, waaruit blijkt dat alleen eiseres bijgestaan door haar gemachtigde is verschenen;
  • het deurwaardersexploot van 27 september 2016;
  • de aantekeningen van de griffier ter gelegenheid van de voortzetting van de behandeling op 6 oktober 2016, waaruit blijkt dat alleen eiseres bijgestaan door haar gemachtigde is verschenen. Tegen de behoorlijk opgeroepen, doch niet verschenen, gedaagde is verstek verleend.
1.2
Vonnis is bepaald op heden.

2.DE VASTSTAANDE FEITEN

2.1
Gedaagde heeft van eiseres op basis van een schriftelijke huurovereenkomst het appartement gelegen te [adres], appartement 3 gehuurd. De verschuldigde huurprijs bedraagt Afl. 850,- per maand.
2.2
Gedaagde heeft vanaf mei 2016 geen huur meer aan eiseres betaald.
2.3
Bij aangetekende brief van 20 juli 2016 heeft eiseres aan gedaagde meegedeeld dat zij de huurovereenkomst met gedaagde buitengerechtelijk ontbindt wegens een huurachterstand van drie maanden en heeft eiseres gedaagde gesommeerd om het gehuurde uiterlijk op 30 september 2016 te verlaten.

3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Eiseres vordert - samengevat – dat het gerecht in kort geding bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, gedaagde te veroordeelt het gehuurde uiterlijk op 30 september 2016 te ontruimen, dan wel op een door het gerecht te bepalen datum, met machtiging aan eiseres deze zelf te bewerkstelligen en tot betaling aan eiseres van een maandelijks bedrag van Afl. 850,- ingaande 1 mei 2016 tot aan de dag van de ontruiming, met veroordeling van gedaagde in de kosten van het geding.

4.DE BEOORDELING

4.1
Van spoedeisend belang is genoegzaam gebleken.
4.2
De vordering is, nu deze niet door gedaagde is weersproken en het gerecht niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, toewijsbaar in na te noemen zin, met dien verstande dat gedaagde een termijn van één (1) maand na betekening van dit vonnis zal worden gegund om het appartement te ontruimen.
4.3
Uit het eerste lid van artikel 556 Rv Pro. volgt dat eiseres de ontruiming niet zelf ter hand mag nemen, en dat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein is van de deurwaarder. Eiseres heeft voldoende aan dit vonnis om de deurwaarder te mogen inschakelen als gedaagde niet vrijwillig tot nakoming van de uit dit vonnis voortvloeiende verplichting tot ontruiming overgaat. In het licht daarvan heeft eiseres dus geen machtiging nodig om de ontruiming zelf te doen bewerkstelligen. Voorwaarde is dat het ontruimingsvonnis door de deurwaarder aan gedaagde wordt betekend, en dat aan gedaagde overeenkomstig het bepaalde in artikel 555 Rv Pro. bevel wordt gedaan om binnen drie dagen te ontruimen. De deurwaarder op zijn beurt behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm van politie en justitie in te roepen indien gedaagde medewerking aan de ontruiming weigert. Die bevoegdheid ontleent de deurwaarder immers rechtstreeks aan artikel 557 Rv Pro., waarin artikel 444 Rv Pro. van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. Voorziet de deurwaarder problemen, dan kan hij op voet van (strekking en geest van) de Algemene Politieverordening - zonder dat daartoe rechterlijke machtiging nodig is - bijstand van de politie inroepen. In het licht van voorgaande heeft eiseres geen belang bij de verzochte machtiging.
4.4
Gedaagde dient als de in het ongelijk gestelde partij, de (in redelijkheid gemaakte) proceskosten die zijn gevallen aan de zijde van eiseres te dragen.

5.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht, recht doende in kort geding:
5.1
beveelt gedaagde om binnen een (1) maand na betekening van dit vonnis het appartement te [adres], appartement nr. 3, te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken voor zover deze laatste het eigendom van eiseres niet zijn, en de sleutels af te geven aan eiseres;
5.2
veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiseres van een maandelijks bedrag van Afl. 850,- ingaande 1 mei 2016 tot aan de dag van de ontruiming;
5.3
veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure, aan de zijde van eiseres begroot op Afl. 450, aan griffierechten, Afl. 190,44 aan explootkosten en Afl. 1.000, aan salaris van de gemachtigde;
5.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Schoemaker, rechter, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 oktober 2016 in aanwezigheid van de griffier.