ECLI:NL:OGEAA:2016:788

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
31 oktober 2016
Publicatiedatum
6 december 2016
Zaaknummer
BBZ nr. AUA201500070, voorheen 75675 van 2015
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17 ALBArt. 19 ALBArt. 54 ALBArt. 17b Landsverordening beroep in belastingzakenArt. 14 Landsverordening beroep in belastingzaken
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen aanslag winstbelasting en verzuimboete over 2012

Belanghebbende, een vennootschap gevestigd te Aruba, kreeg voor het jaar 2012 een aanslag winstbelasting opgelegd van Afl. 53.844 en een boete van Afl. 500 wegens te late indiening van de aangifte. Na bezwaar werd de aanslag verminderd naar nihil en de boete naar Afl. 250. Belanghebbende kwam tijdig in bezwaar en beroep tegen de niet-ontvankelijkheidsverklaring van de Inspecteur.

Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende ontvankelijk is in haar bezwaren. De aanslag was inmiddels verminderd naar nihil, waardoor het beroep tegen de aanslag niet-ontvankelijk werd verklaard wegens gebrek aan belang. De verzuimboete was opgelegd vanwege het niet tijdig indienen van de aangifte, die pas op 8 juli 2015 werd ingediend terwijl de uiterste datum 15 november 2013 was.

De Inspecteur had de boete teruggebracht tot de minimale boete van Afl. 250 conform het Boetebeleid Belastingdienst Aruba. Het Gerecht achtte deze boete passend en handhaafde deze. Tevens werd het griffierecht van Afl. 150 aan belanghebbende vergoed. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof binnen twee maanden na toezending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag winstbelasting is niet-ontvankelijk verklaard en de verzuimboete van Afl. 250 is gehandhaafd.

Uitspraak

Uitspraak van 31 oktober 2016
BBZ nr. AUA201500070, voorheen 75675 van 2015
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening beroep in belastingzaken van:
X N.V.,gevestigd te Aruba,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend in Aruba,
de Inspecteur.

1.PROCESVERLOOP

1.1
Aan belanghebbende is met dagtekening 31 maart 2015 voor het jaar 2012 een aanslag in de winstbelasting met een te betalen bedrag aan belasting van Afl. 53.844 opgelegd. Tegelijkertijd is een boete opgelegd van Afl. 500.
1.2
Belanghebbende is op 29 april 2015 pro forma in bezwaar gekomen tegen bovengenoemde aanslag en boete.
1.3
Belanghebbende is op 1 juni 2015 voor de tweede keer in bezwaar gekomen tegen de aanslag en de boete en heeft deze bezwaren op 2 juni 2015 nader gemotiveerd.
1.4
De Inspecteur heeft op 16 juli 2015 uitspraken op bezwaar gedaan en belanghebbende niet- ontvankelijk verklaard in haar bezwaren.
1.5
Met dagtekening 31 augustus 2015 is bij beschikking de aanslag winstbelasting verminderd naar nihil en de boete naar Afl. 250.
1.6
Belanghebbende is op 16 september 2015 tijdig pro-forma in beroep gekomen tegen de niet- ontvankelijkheidverklaring van de inspecteur.
1.7
Ter zake van de indiening van het beroepschrift heeft belanghebbende een bedrag van Afl. 150,- aan griffierecht voldaan.
1.8
De Inspecteur heeft op 13 juli 2016 een verweerschrift ingediend.
1.9
De zaak is behandeld ter zitting van 27 september 2016 te Oranjestad waarbij, namens de Inspecteur, is verschenen mr. A. Namens belanghebbende is niemand verschenen.

2.BEOORDELING VAN HET BEROEP

Ontvankelijkheid bezwaar
2.1
Ingevolge art 17, lid 1 van de Algemene Landsverordening Belastingen (hierna ALB) heeft belanghebbende twee maanden na dagtekening de tijd om in bezwaar te komen tegen de opgelegde aanslag en de boetebeschikking. Gelet op de dagtekening van de aanslag winstbelasting en de boete en de dag waarop belanghebbende in bezwaar is gekomen, heeft belanghebbende tijdig bezwaar aangetekend. Het Gerecht oordeelt dat belanghebbende ontvankelijk is in haar bezwaren. Belanghebbendes beroep tegen de niet- ontvankelijkheidsverklaringen van de Inspecteur is gegrond.
Aanslag
2.2
Op 31 augustus 2015 heeft de Inspecteur de aanslag verminderd naar nihil.
Aangezien belanghebbende geen belang meer heeft bij haar beroep nu gegrondbevinding niet tot een voor belanghebbende gunstiger resultaat kan leiden, verklaart het Gerecht belanghebbendes beroep tegen de aanslag winstbelasting over het jaar 2012 niet- ontvankelijk.
Boete
2.3
Tegelijkertijd met de definitieve aanslag winstbelasting is een boetebeschikking opgelegd. Ingevolge artikel 19, lid 2 in samenhang met artikel 17, lid 4 van de ALB wordt het beroepschrift geacht mede te zijn gericht tegen de boete. Op 31 augustus 2015 heeft de Inspecteur de boete teruggebracht naar Afl. 250. De boete is een verzuimboete en opgelegd vanwege het niet tijdig indienen van de aangifte winstbelasting. De aangifte winstbelasting over het jaar 2012 had uiterlijk 15 november 2013 binnen moeten zijn en is uiteindelijk ingediend op 8 juli 2015. Dat is te laat. Het Gerecht is dan ook van oordeel dat de Inspecteur terecht een verzuimboete heeft opgelegd.
2.4
Ingevolge § 21, lid 3, gebaseerd op artikel 54 eerste Pro lid ALB, van het derde hoofdstuk (Verzuimboeten) van het Boetebeleid Belastingdienst Aruba bedraagt de minimale boete Afl. 250. De Inspecteur heeft overeenkomstig genoemde bepaling de verzuimboete verminderd naar Afl. 250. Het Gerecht acht die boete passend en geboden. Belanghebbendes beroep tegen de boete is gegrond.

3.BESLISSING

Het Gerecht:
-verklaart belanghebbendes beroep tegen de aanslag winstbelasting 2012 niet- ontvankelijk;
-verklaart belanghebbendes beroep tegen de verzuimboete gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar tegen de boete;
-handhaaft de verzuimboete, zoals reeds ambtshalve verminderd, op Afl. 250; en
-draagt de Inspecteur op het griffierecht van Afl. 150,- aan belanghebbende te vergoeden.
Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. M.M. de Werd, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 oktober 2016, in tegenwoordigheid van de griffier, M.M.M. Faro MSc.
De griffier, De rechter,
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 17b Landsverordening beroep in belastingzaken).
Het hoger beroep wordt ingesteld binnen twee maanden na de dag van de toezending van de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg overeenkomstig artikel 14, derde lid. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening dan wel toezending naar de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 17c Landsverordening beroep in belastingzaken).