Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE BEOORDELING
ECLI:NL:GHDHA:2016:3126)
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze zaak verzoekt de vader om het hoofdverblijf van de minderjarigen bij hem te bepalen en om hem het eenhoofdig ouderlijk gezag toe te wijzen. De moeder verzet zich hiertegen en wil het gezamenlijk gezag behouden. Het gerecht baseert zich onder meer op het rapport van de Voogdijraad en de mondelinge behandeling.
Na de echtscheiding in 2010 woonden de minderjarigen bij de moeder, maar sinds juli 2015 verblijven zij bij de vader. De communicatie tussen ouders verloopt moeizaam en er is sprake van een verstoorde relatie, waarbij de dochter een loyaliteitsconflict en gedragsproblemen vertoont. De Voogdijraad constateert dat de vader sterke pedagogische kwaliteiten heeft en adviseert het eenhoofdig gezag toe te wijzen aan de vader.
Het gerecht oordeelt echter dat de communicatieproblemen niet zodanig ernstig zijn dat het gezamenlijk gezag moet worden beëindigd. Er is onvoldoende bewijs dat de moeder belangrijke beslissingen blokkeert. Het hoofdverblijf wordt bij de vader vastgesteld en een omgangsregeling wordt vastgesteld waarbij de omgang van de moeder met de dochter begeleid wordt hersteld en de omgang met de zoon zonder overnachtingen voortgezet wordt.
De beschikking wijst het verzoek tot eenhoofdig gezag af, bevestigt het hoofdverblijf bij de vader en stelt een omgangsregeling vast die rekening houdt met de belangen van beide ouders en de minderjarigen.
Uitkomst: Het verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag wordt afgewezen en het hoofdverblijf van de minderjarigen wordt bij de vader vastgesteld met een aangepaste omgangsregeling.