In deze zaak stond het gezag over twee minderjarigen centraal, alsmede de omgangsregeling en informatievoorziening tussen ouders. De vader was in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die de moeder eenhoofdig gezag toekende en het omgangsrecht van de vader ontzegde.
Het hof oordeelde dat ondanks de moeizame communicatie tussen ouders en de gespannen relatie, onvoldoende gronden aanwezig waren om het gezamenlijk gezag te beëindigen. De vader blokkeerde belangrijke beslissingen niet en het gezamenlijk gezag werd daarom gehandhaafd. Wel werd het omgangsrecht van de vader tijdelijk opgeschort, omdat de minderjarigen van 12 en 15 jaar zelf aangaven geen contact met hem te willen vanwege zijn temperament en negatieve uitlatingen.
De informatie- en consultatieregeling werd gehandhaafd, waarbij de moeder de vader via e-mail dient te consulteren over belangrijke aangelegenheden zoals schoolkeuze en medische behandelingen. Het hof benadrukte dat de vader zich bij wijziging van omstandigheden opnieuw tot de rechter kan wenden voor een zorgregeling.
De uitspraak weerspiegelt een zorgvuldige afweging van de belangen van de minderjarigen, waarbij hun wensen en veiligheid voorop staan, terwijl ook het belang van het gezamenlijk gezag wordt gerespecteerd.