ECLI:NL:OGEAA:2017:127
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- A.H.M. van de Leur
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens te laat komen afgewezen wegens onvoldoende dringende reden
Arubus heeft bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba verzocht om voor recht te verklaren dat het ontslag op staande voet van werknemer [X] op 20 januari 2016 rechtsgeldig was. [X] betwistte dit en vorderde niet-ontvankelijkverklaring of afwijzing van het verzoek, dan wel een billijkheidsvergoeding bij ontbinding.
Feitelijk stond vast dat [X] sinds 2008 bij Arubus in dienst was als buschauffeur en dat hij in 2014 en 2015 respectievelijk 80 en 65 keer te laat was verschenen. Arubus stelde dat het te laat komen op 20 januari 2016 wederom plaatsvond, wat het ontslag op staande voet rechtvaardigde.
Het gerecht oordeelde dat Arubus onvoldoende had onderbouwd dat het te laat komen op die dag een dringende reden vormde, mede omdat Arubus eerder niet tot ontslag was overgegaan ondanks 145 eerdere keren te laat komen. Ook ontbrak een afdoende verklaring waarom nu juist bij de 146e keer ontslag op staande voet noodzakelijk was.
Het verzoek van Arubus werd daarom afgewezen en Arubus werd veroordeeld in de proceskosten. De procedure werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de kosten werden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Het verzoek van Arubus om het ontslag op staande voet te erkennen wordt afgewezen wegens onvoldoende dringende reden.