ECLI:NL:OGEAA:2017:34

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
11 januari 2017
Publicatiedatum
24 januari 2017
Zaaknummer
K.G. no. 2922 van 2016
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • A.H.M. van de Leur
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:30 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Doorbetaling loon en herplaatsing na ongeldig ontslag in arbeidsovereenkomst

Eiseres vordert in kort geding dat Del Sol wordt veroordeeld tot doorbetaling van haar loon vanaf 19 september 2016 en haar wedertewerkstelling in dezelfde functie tegen hetzelfde loon. Daarnaast vordert zij een dwangsom voor elke dag dat Del Sol niet aan dit bevel voldoet en vergoeding van proceskosten.

Del Sol voert verweer en stelt dat eiseres niet-ontvankelijk moet worden verklaard, onder meer omdat Monterrey Trading N.V. de werkgever zou zijn en niet Del Sol. Het Gerecht oordeelt dat Del Sol onvoldoende heeft bestreden dat Monterrey de werkgever is en dat Del Sol niet bevoegd was om het ontslag namens Monterrey uit te spreken. Hierdoor is het ontslag niet rechtsgeldig.

Het Gerecht bepaalt dat Del Sol gehouden is het loon door te betalen en eiseres te herplaatsen totdat Monterrey de opdracht tot tewerkstelling intrekt. De wettelijke verhoging op het achterstallig loon wordt gematigd vastgesteld op maximaal 15%. Del Sol wordt veroordeeld in de proceskosten en er wordt een dwangsom opgelegd van Afl. 200,-- per dag met een maximum van Afl. 100.000,--. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Del Sol wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon en herplaatsing van eiseres met dwangsom bij niet-naleving.

Uitspraak

Vonnis van 11 januari 2017
Behorend bij K.G. no. 2922 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
VONNIS in kort geding van:
[Eiseres],
wonende in Aruba,
eiseres,
hierna ook te noemen: [eiseres],
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Illes,
tegen:
de naamloze vennootschap
CARIBBEAN SUN GROUP N.V., h.o.d.n. DEL SOL,
gevestigd in Aruba,
gedaagde,
hierna ook te noemen: Del Sol,
gemachtigde: de advocaat mr. A.F.J. Caster.

1.DE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-het verzoekschrift, met producties;
-de aantekeningen van de griffier van de behandeling van de zaak ter terechtzitting van 8 december 2016.
1.2
[eiseres] is ter zitting verschenen samen met haar gemachtigde, en Del Sol is verschenen bij haar gemachtigde. Partijen hebben in twee termijnen het woord gevoerd - mede aan de hand van door hen overgelegde pleitnota’s, die van Del Sol voorzien van toegelaten producties - en hebben gereageerd of kunnen reageren op elkaars stellingen.
1.3
Vonnis is bepaald op heden.

2.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

[eiseres] vordert dat het Gerecht bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:
a. Del Sol veroordeelt tot (door)betaling aan [eiseres] van haar normale loon gerekend vanaf 19 september 2016 totdat de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd, achterstallig loon te vermeerderen met de wettelijke verhoging;
b. Del Sol beveelt om binnen 2 dagen na de uitspraak van dit vonnis weder te werk te stellen in dezelfde functie tegen hetzelfde loon;
c. bepaalt dat Del Sol ten behoeve van [eiseres] een dwangsom verbeurt van
Afl. 200,--, althans een ander door het Gerecht te bepalen bedrag, voor elke dag dat Del Sol voormeld bevel niet nakomt;
d. Del Sol veroordeelt in de proceskosten.
2.2
Del Sol voert verweer en concludeert dat [eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte, althans tot afwijzing daarvan, kosten rechtens.
2.3
Voor zover van belang voor de beslissing worden de stellingen van partijen hierna besproken.

3.DE BEOORDELING

3.1
Er zijn gronden gesteld noch gebleken waaruit volgt dat [eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het door haar verzochte. Indien [eiseres] geen vorderingsrechten op Del Sol blijkt te hebben, moeten haar rechtsvorderingen worden afgewezen. Het ontvankelijkheidsverweer van Del Sol wordt verworpen.
3.2
Het spoedeisend belang van [eiseres] bij haar vorderingen volgt uit de aard van die vorderingen en de daaraan ten gronde gelegde stellingen. Het verweer van Del Sol op dit punt wordt eveneens verworpen.
3.3
Del Sol heeft niet of onvoldoende bestreden gesteld dat niet zij maar Monterrey Trading N.V. (hierna: Monterrey) de werkgever is van [eiseres], en dat [eiseres] in opdracht van Monterrey was tewerkgesteld bij Del Sol, zijnde één van de dochtermaatschappijen van Monterrey. In dat verband heeft Del Sol verder niet of onvoldoende bestreden gesteld dat de door [eiseres] bij Del Sol uit te voeren werkzaamheden werden verricht onder leiding en toezicht van (de bedrijfsleider van) Monterrey, en dat Del Sol maandelijks het aan [eiseres] toekomende loon (op de voet van het bepaalde in artikel 6:30 BW Pro) voor Monterrey betaalde aan [eiseres].
3.4
In het licht van de hiervoor onder 3.3 vermelde vaststaande omstandigheden - waaruit volgt dat Monterrey het in elk geval wat [eiseres] betreft voor het zeggen heeft bij Del Sol - is niet in geschil tussen partijen dat [eiseres] bij brief van 19 september 2016 (afkomstig en ondertekend door [xx] en [xy] voor of namens Del Sol) door Del Sol op staande voet is ontslagen omwille van de in die brief vermelde redenen. Gesteld noch is gebleken echter dat Del Sol bevoegd was of is om [eiseres] voor of namens haar werkgever Monterrey te ontslaan. Reeds hieruit volgt dat naar het voorlopig oordeel van het Gerecht geen sprake kan zijn van een rechtsgeldig ontslag.
3.5
Nu verder is gesteld noch gebleken dat [eiseres] niet langer in opdracht van en onder leiding van haar werkgever Monterrey is tewerkgesteld bij Del Sol, is Del Sol naar het voorshandse oordeel van het Gerecht gehouden om net als voorheen (1) het loon van [eiseres] (voor of namens Monterrey) door te blijven betalen aan [eiseres] en (2) haar weer tewerk te stellen conform de door Monterrey gegeven opdracht totdat Monterrey - die het dus wat dit betreft kennelijk voor het zeggen heeft bij haar dochter Del Sol - de opdracht tot tewerkstelling van [eiseres] bij Del Sol intrekt. Eén en ander leidt tot de slotsom dat te verwachten valt dat de vorderingen van [eiseres] in een bodemprocedure in dier voege zullen worden toegewezen. De thans door [eiseres] verzochte voorzieningen zullen aldus worden gegeven, waarbij heeft te gelden dat de niet door Del Sol bestreden door [eiseres] gevorderde wettelijke verhoging over achterstallig loon ambts- en billijkheidshalve gematigd zal worden vastgesteld op telkens maximaal 15%. Dwangsommen zullen gemaximeerd aan Del Sol worden opgelegd.
3.6
Afweging van de belangen van partijen maakt vorenstaande niet anders, omdat het Gerecht geen zwaarwegender belangen ziet van Del Sol bij afwijzing van het door [eiseres] verzochte ten opzichte van de belangen van [eiseres] bij toewijzing daarvan. Naar het voorshandse oordeel van het Gerecht brengt de aard van partijen en hun onderlinge verhouding met zich dat het door Del Sol gestelde restitutierisico voor rekening en risico komt van Del Sol.
3.7
Del Sol zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op (450,-- + 225,80 =) Afl. 675,80 aan verschotten en Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde.

4.DE UITSPRAAK

Het Gerecht, rechtdoende in kort geding:
-veroordeelt Del Sol tot (door)betaling aan [eiseres] van haar normale loon gerekend vanaf 19 september 2016 totdat Monterrey de hiervoor onder 3.3 en 3.5 vermelde opdracht tot tewerkstelling van [eiseres] bij Del Sol intrekt, achterstallig loon te vermeerderen met de gematigd vastgestelde wettelijke verhoging van telkens maximaal 15%;
-beveelt Del Sol om [eiseres] binnen 2 dagen na de betekening aan Del Sol van dit vonnis weder te werk te stellen in dezelfde functie tegen hetzelfde loon;
-bepaalt dat Del Sol ten behoeve van [eiseres] een dwangsom verbeurt van
Afl. 200,-- voor elke dag dat Del Sol voormeld bevel niet nakomt, met dien verstande dat Del Sol te dezen maximaal Afl. 100.000,-- aan dwangsommen kan verbeuren;
-veroordeelt Del Sol in de kosten van deze procedure gevallen aan de zijde van [eiseres], tot aan deze uitspraak begroot op Afl. 675,80 aan verschotten en
Afl. 1.500,-- aan salaris voor de gemachtigde;
-verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
-wijst af het meer of anders verzochte.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H.M. van de Leur, rechter, en in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op woensdag 11 januari 2017.