ECLI:NL:OGEAA:2017:362
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling huwelijksverdeling en huurinkomsten tussen ex-partners
In deze civiele zaak voor het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba staat de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap centraal tussen de man en de vrouw. De vrouw betoogde dat de man hogere huurinkomsten had ontvangen dan erkend, hetgeen zij middels getuigenverhoor heeft bewezen. Twee getuigen verklaarden over de huurbetalingen van twee appartementen gedurende de periode van 15 juli 2003 tot 20 juni 2005.
De eerste getuige verklaarde dat zij een appartement huurde en de huur aan de vrouw betaalde tot zij vertrok, waarna zij aan de man betaalde. De huur bedroeg aanvankelijk Afl. 800,- per maand en werd later verlaagd naar Afl. 650,-. De tweede getuige bevestigde huurbetalingen aan de man tot de verkoop van het appartement en noemde bedragen van Afl. 500,- en later Afl. 450,- per maand. Het gerecht achtte bewezen dat de man in totaal Afl. 25.300,- aan huurinkomsten heeft ontvangen.
De man stelde dat de huur inclusief utiliteiten was en dat deze kosten van het huurbedrag afgetrokken moesten worden, maar kon dit niet specificeren. Het gerecht besloot daarom uit te gaan van het volledige huurbedrag. Verder werd vastgesteld dat de vrouw een bedrag aan de man verschuldigd was wegens overbedeling, maar dat dit werd gecompenseerd door de huurpenningen die de man aan de vrouw moet voldoen. Ook pensioen- en alimentatievorderingen werden verrekend, waarbij verjaring een rol speelde.
Uiteindelijk concludeerde het gerecht dat partijen per saldo niets aan elkaar verschuldigd zijn en compenseerde het de proceskosten, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt. Het vonnis bevestigt de eerdere tussenvonnissen en wijst verdere vorderingen af.
Uitkomst: De verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap wordt vastgesteld en partijen zijn per saldo niets aan elkaar verschuldigd.