ECLI:NL:OGEAA:2017:44
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Vernietiging fictieve afwijzing bezwaar vergunning tijdelijk verblijf en niet-ontvankelijkheid bezwaar
Appellant maakte bezwaar tegen de weigering van een vergunning tot tijdelijk verblijf voor een vreemdeling die als inwonende dienstbode bij hem werkzaam zou zijn. De minister had het verzoek geweigerd en op het bezwaar werd niet tijdig beslist, waardoor een fictieve afwijzing ontstond. Appellant stelde beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
De minister voerde aan dat appellant geen belanghebbende was bij de beschikking, omdat alleen de vreemdeling zelf rechtstreeks belanghebbende is bij een weigering van een vergunning tot tijdelijk verblijf. Het Gerecht oordeelde dat de fictieve afwijzing niet in stand kon blijven omdat er nog geen reële beslissing was genomen en het standpunt van de minister in het verweerschrift een afwijzing niet kon dragen.
Het Gerecht vernietigde de fictieve afwijzing en verklaarde het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang. De uitspraak trad in de plaats van de vernietigde beschikking. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten en terugbetaling van het griffierecht. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de fictieve afwijzing vernietigd en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belanghebbende.