ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG0845
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba
- Hoger beroep
- H.L. Wattel
- R.W.L. Loeb
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechterlijke toetsing belanghebbende bij vergunning tijdelijk verblijf vreemdeling
In deze bestuursrechtelijke zaak stond centraal de vraag wie als belanghebbende kan worden aangemerkt bij een beschikking tot het verlenen of weigeren van een vergunning tot tijdelijk verblijf voor een vreemdeling. De werkgever had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van de vergunningaanvraag, hoewel de vreemdeling zelf geen bezwaar had ingediend.
Het Hof overwoog dat uitsluitend het belang van de vreemdeling zelf rechtstreeks bij de beschikking betrokken is. Het belang van de werkgever is slechts afgeleid en maakt hem niet tot belanghebbende in de zin van artikel 9, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). Dit blijft zo, ook indien de werkgever namens de vreemdeling de aanvraag heeft ingediend.
Daarom had de minister het bezwaar van de werkgever niet-ontvankelijk moeten verklaren. Het Hof vernietigde de eerdere uitspraak en de ministeriële beschikking, verklaarde het bezwaar van de werkgever niet-ontvankelijk en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beschikking.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan de werkgever en werd het door de werkgever betaalde griffierecht teruggegeven. De zaak werd behandeld in hoger beroep door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, met uitspraak op 13 oktober 2008.
Uitkomst: Het Hof verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de eerdere uitspraak en ministeriële beschikking, en verklaart het bezwaar van de werkgever niet-ontvankelijk.