ECLI:NL:OGEAA:2017:478

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
19 juni 2017
Publicatiedatum
28 juni 2017
Zaaknummer
LAR nr. 2682 van 2016 / AUA201600599
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.E.B. de Haseth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 LarArt. 23 LarArt. 53a LarArt. 53b Lar
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens gebrek aan belanghebbende bij weigering tijdelijke verblijfsvergunning

Tio Pepe Bar & Restaurant N.V. stelde beroep in tegen de beschikking van 16 september 2016 waarbij het bezwaar van een vreemdeling tegen de weigering van een vergunning tot tijdelijk verblijf werd ongegrond verklaard. De vreemdeling had verzocht om een vergunning om als kok werkzaam te zijn bij appellante, maar dit verzoek werd door de minister afgewezen.

Het Gerecht overwoog dat volgens artikel 3, eerste lid van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak (Lar) belanghebbende is degene wiens belang rechtstreeks bij een beschikking is betrokken. Uit vaste rechtspraak volgt dat bij de weigering van een vergunning tot tijdelijk verblijf slechts het belang van de vreemdeling rechtstreeks betrokken is.

Aangezien appellante niet namens de vreemdeling, maar uit eigen naam beroep had ingesteld en geen bezwaar had gemaakt tegen de oorspronkelijke beschikking, werd zij niet als belanghebbende aangemerkt. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter M.E.B. de Haseth op 19 juni 2017.

Uitkomst: Het beroep van Tio Pepe Bar & Restaurant N.V. wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belanghebbende.

Uitspraak

Uitspraak van 19 juni 2017
LAR nr. 2682 van 2016 / AUA201600599
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) van:
TIO PEPE BAR & RESTAURANT N.V.,
gevestigd in Aruba,
APPELLANTE
gemachtigde: V. Krosendijk,
gericht tegen:
DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR, RUIMTELIJKE ONTWIKKELING EN INTEGRATIE,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. M.D. van Wilgen (DIMAS).

1.PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 8 mei 2015 heeft verweerder het verzoek van [de vreemdeling] (hierna: de vreemdeling) om verlening van een vergunning tot tijdelijk verblijf om als kok werkzaam te zijn bij appellante afgewezen.
Bij beschikking van 16 september 2016 heeft verweerder het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Daartegen heeft appellante op 26 oktober 2016 beroep ingesteld bij het gerecht.
Verweerder heeft op 3 januari 2017 een verweerschrift ingediend.
Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 mei 2017, waar verweerder, vertegenwoordigd door voornoemde gemachtigde, is verschenen. Appellante is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Hierna is uitspraak bepaald op heden.
2.OVERWEGINGEN
2.1
Ingevolge artikel 3, eerste lid van de Lar wordt in deze landsverordening onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een beschikking is betrokken.
Ingevolge artikel 23, eerste lid van de Lar kan degene die door een op een bezwaarschrift genomen beschikking rechtstreeks in zijn belang is getroffen, daartegen bij het Gerecht beroep instellen.
2.2
Volgens vaste rechtspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (onder meer de uitspraak van 13 oktober 2008, ECLI:NL:OGHNAA:2008:BG0845) is bij de beschikking om een vergunning tot tijdelijk verblijf te weigeren slechts het belang van de desbetreffende vreemdeling rechtstreeks betrokken. Appellante heeft niet namens de desbetreffende vreemdeling, maar uit eigen naam tegen de beschikking van 16 september 2016, waarbij de weigering om de vreemdeling een vergunning tot tijdelijk verblijf te verlenen in bezwaar is gehandhaafd, beroep ingesteld. Gelet hierop en nu appellante voorts geen bezwaar tegen de beschikking van 8 mei 2015 heeft gemaakt, is zij bij de beschikking van 16 september 2016 geen belanghebbende. Onder deze omstandigheden dient het beroep niet‑ontvankelijk te worden verklaard.
2.3
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.DE BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter in dit gerecht, en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juni 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Hof (art. 53a LAR).
Het hoger beroep wordt ingesteld binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het beroep is gedagtekend. De instelling van het hoger beroep geschiedt door indiening bij de griffie van het Gerecht van een aan het Hof gericht beroepschrift (art. 53b LAR).