Uitspraak
ATV TELEVISION,
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoeker heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba verzocht om verweerster, ATV, te veroordelen tot betaling van cessantia gelijk aan 22,5 weken brutoloon wegens op staande voet genomen ontslag. Verzoeker stelde dat ATV vanaf mei 2016 slechts een deel van zijn loon betaalde, verspreid over de tijd, en dat er sprake was van achterstallige loonbetaling.
Het Gerecht oordeelde dat de achterstallige betaling van slechts 4 dagen loon over juli 2016 onvoldoende was om het ontslag op staande voet te rechtvaardigen. De stelling van verzoeker over gedeeltelijke en verspreide loonbetalingen vanaf mei 2016 ontbrak aan feitelijke onderbouwing en werd gepasseerd. Het Gerecht volgde ATV in haar standpunt dat verzoeker had moeten volstaan met de wettelijke sanctie voor te late loonbetaling, namelijk de wettelijke verhoging op grond van artikel 7A:1614q BW.
Daarom werd geconcludeerd dat geen dringende reden bestond voor het ontslag op staande voet en werd het verzoek van verzoeker afgewezen. Verzoeker werd tevens in de proceskosten veroordeeld en kreeg verlof tot kosteloos procederen vanwege zijn onvermogen om de kosten te dragen.
Uitkomst: Verzoek tot cessantia na ontslag op staande voet wegens beperkte achterstallige loonbetaling wordt afgewezen.