Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
3.BESLISSING
- vernietigt de beschikking van verweerder van 30 januari 2017;
- bepaalt dat verweerder binnen drie maanden na dagtekening van deze uitspraak een
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Appellante, Playa Linda Beach Resort, maakte bezwaar tegen een factuur voor precario voor het innemen van strandgrond en stelde beroep in tegen de weigering van de precariovergunning door de minister van Ruimtelijke Ontwikkeling, Infrastructuur en Integratie.
Het gerecht oordeelt dat het niet bevoegd is kennis te nemen van het beroep voor zover dit gericht is tegen de factuur, omdat dit onder de belastingrechter valt. Voor het overige verklaart het gerecht het beroep gegrond omdat de weigering van de vergunning niet gemotiveerd was met de vereiste weigeringsgronden zoals openbare orde, veiligheid of milieu.
De rechter volgt de jurisprudentie dat een vergunning vereist is indien het Land de aanwezigheid of het gebruik van de openbare grond toestaat. Appellante's betoog dat zij geen vergunning nodig heeft omdat zij rechthebbende is of de strandstoelen verplaatsbaar zijn, wordt verworpen. De minister wordt veroordeeld de vergunning opnieuw te heroverwegen binnen drie maanden en tot betaling van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor zover het gaat om de weigering van de precariovergunning en de minister wordt veroordeeld tot heroverweging binnen drie maanden.