ECLI:NL:OGEAA:2017:672
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Hoger beroep
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Beoordeling precariovergunning en bezwaar tegen factuur innemen openbare grond
Appellante maakte bezwaar tegen een factuur voor het innemen van 80 m² strandgrond voor verhuuractiviteiten. Verweerder stelde dat het ging om het uitstallen van goederen, waarvoor een andere precariotarief geldt, en verleende een vergunning voor een kleinere oppervlakte en minder materialen dan door appellante gevraagd.
Het gerecht oordeelt dat het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op het bezwaar tegen de factuur niet-ontvankelijk is omdat dit onder de belastingrechter valt. Het beroep tegen de weigering van de precariovergunning wordt wel ontvankelijk verklaard en gegrond bevonden.
De rechter stelt vast dat verhuur niet gelijk is aan verkoop en dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de vergunning niet is verleend zoals door appellante verzocht. De fictieve afwijzing van het bezwaar wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen binnen drie maanden een nieuwe beslissing te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en teruggave van een klein bedrag.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening wordt gegrond verklaard en de fictieve afwijzing van het bezwaar wordt vernietigd; het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar tegen de factuur wordt niet-ontvankelijk verklaard.