Uitspraak
1.[GEDAAGDE SUB 1],
2.[GEDAAGDE SUB 2],
1.DE PROCEDURE
2.DE FEITEN
Partijen komen ter beeindiging van hun geschil, bij dit gerecht aanhangig onder bovenvermeld zaaknummer, het volgende overeen:
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze civiele erfrechtzaak vordert eiseres, mede namens haar minderjarige kinderen, de verdeling van een woning die onderdeel is van de nalatenschap van haar overleden ex-echtgenoot. De nalatenschap is beneficiair aanvaard door alle erfgenamen, waaronder eiseres en gedaagden. Er heeft echter nog geen boedelbeschrijving plaatsgevonden, een noodzakelijke stap voor de vereffening van de nalatenschap.
Eiseres baseert haar vordering op een eerdere minnelijke regeling tussen haar en de overledene, waarin afspraken zijn gemaakt over verkoop en verdeling van de woning. Zij stelt mede-eigenaar te zijn van de woning en verlangt medewerking van de gedaagden aan taxatie, verkoop en verdeling van de opbrengst. Gedaagden verzetten zich tegen de vordering en stellen dat zonder boedelbeschrijving geen afzonderlijke verdeling kan plaatsvinden.
De rechtbank oordeelt dat nu de nalatenschap beneficiair is aanvaard en nog geen boedelbeschrijving is opgemaakt, de erfgenamen niet afzonderlijk kunnen worden verplicht tot medewerking aan de verdeling. Dit volgt uit Titel 14 van Boek 4 BW. De vordering wordt daarom afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering tot verdeling van de woning wordt afgewezen wegens het ontbreken van een boedelbeschrijving bij beneficiaire aanvaarding.