ECLI:NL:OGEAA:2017:8

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
10 januari 2017
Publicatiedatum
17 januari 2017
Zaaknummer
EJ nr. 1918 van 2016
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • W.J. Noordhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7A:1614q BWArt. 6:119 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet kennelijk onredelijk verklaard met toekenning vergoeding

Verzoeker heeft bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba een procedure gestart tegen zijn werkgever wegens kennelijk onredelijk ontslag op 5 februari 2016. Verzoeker vordert onder meer een verklaring voor recht dat het ontslag onregelmatig en kennelijk onredelijk is, alsmede een schadevergoeding van Afl. 8.400,- met wettelijke rente en kosten.

Verweerder is ondanks behoorlijke oproeping niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. Het gerecht stelt vast dat niet is gebleken van een dringende reden voor ontslag op staande voet, waardoor het ontslag onregelmatig en kennelijk onredelijk is. De vorderingen van verzoeker worden dan ook toegewezen.

Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de gevorderde schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke verhoging en rente, en in de proceskosten. Gezien het bewijs van onvermogen van verzoeker wordt hem toestemming verleend om kosteloos te procederen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en op 10 januari 2017 uitgesproken.

Uitkomst: Het ontslag op 5 februari 2016 is onregelmatig en kennelijk onredelijk verklaard met toekenning van een schadevergoeding van Afl. 8.400,- plus rente en kosten.

Uitspraak

Beschikking d.d. 10 januari 2017
Behorend bij EJ nr. 1918 van 2016
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
[naam1],
wonende te Aruba,
VERZOEKER, hierna: E*,
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,
tegen:
[naam2] h.o.d.n. VROLIJK CONTRACTOR AND MULTI SERVICES,
wonende en gevestigd te [adres] in Aruba,
VERWEERDER, hierna: G*,
niet verschenen.

1.HET VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1
Dit verloop blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties, ingediend op 12 augustus 2016;
- het exploot van betekening d.d. 20 oktober 2016, waarbij verweerder wederom is opgeroepen om op 8 november 2016 een verweerschrift in te dienen en te verschijnen voor de behandeling. G* is, ondanks behoorlijke oproeping, niet verschenen.
1.2
De beschikking is bepaald op heden.

2.HET VERZOEK

Verzoeker verzoekt het gerecht toestemming om kosteloos te mogen procederen en om bij beschikking voor recht te verklaren dat het dienstverband tussen partijen op onregelmatige wijze is beëindigd en dat het aan verzoeker verleende ontslag kennelijk onredelijk is en, uitvoerbaarverklaring bij voorraad, verweerder te veroordelen aan verzoeker tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een somma van Afl. 8.400,-, te vermeerderen met de wettelijke rente ingaande 11 augustus 2016, kosten rechtens.

3.DE BEOORDELING

3.1
Verweerder heeft geen gebruik gemaakt van de aan hem aangeboden mogelijkheid om verweer te voeren. Niet is komen vast te staan dat sprake was van een dringende reden voor een ontslag op staande voet, zodat moet worden geconcludeerd dat de dienstbetrekking op onregelmatige wijze is beëindigd en dat het op 5 februari 2016 aan verzoeker gegeven ontslag kennelijk onredelijk is. De vordering tot verklaring voor recht zal om die reden worden toegewezen. Nu er van de zijde van verweerder geen verweer is gevoerd tegen de vordering tot betaling aan verzoeker terzake de opzeggingstermijn, de cessantia-uitkering, de schadevergoeding, en deze voldoende zijn onderbouwd, zal het gerecht de vorderingen toewijzen. Datzelfde geldt voor de vordering tot betaling van de wettelijke verhoging ex artikel 7A:1614q BW met matiging tot de gebruikelijke 15% en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro.
3.2
Verweerder zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure, tot op heden begroot op Afl. 50,- griffierecht, op Afl. 185,25 aan explootkosten en op Afl. 500,- aan salaris van gemachtigde.
3.3
Gezien het overgelegde bewijs van onvermogen zal aan verzoeker toestemming worden verleend om kosteloos te mogen procederen.

4.DE BESLISSING

De rechter:
4.1
verleent verzoeker toestemming om kosteloos te mogen procederen;
4.2
verklaart voor recht dat het op 5 februari 2016 door verweerder aan verzoeker gegeven ontslag onregelmatig is;
4.3
verklaart voor recht dat het op 5 februari 2016 door verweerder aan verzoeker gegeven ontslag kennelijk onredelijk is;
4.4
veroordeelt verweerder om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan verzoeker te betalen Afl. 8.400,-, vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7A:1614q BW gemaximeerd op 15% en de wettelijke rente vanaf de dag der indiening van het verzoekschrift, 11 augustus 2016 tot de dag der voldoening;
4.5
veroordeelt verweerder in de kosten van de procedure, die tot de datum van uitspraak aan de kant van verzoeker worden begroot op Afl. 50, aan griffierecht, Afl. 185,25 aan explootkosten, Afl. 500, aan salaris van de gemachtigde;
4.6
verklaart deze beschikking voor de onderdelen 4.2 tot en met 4.5 uitvoerbaar bij voorraad;
4.7
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in dit gerecht en werd in het openbaar uitgesproken op dinsdag 10 januari 2017, in tegenwoordigheid van de griffier.