ECLI:NL:OGEAA:2017:914
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen met minderjarige
Het gerecht in eerste aanleg van Aruba behandelde de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige tussen twaalf en zestien jaar. De tenlastelegging betrof meerdere seksuele penetraties in de periode van 5 tot 21 september 2016. De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 28 maanden, waarvan 9 voorwaardelijk.
Tijdens de terechtzittingen op 7 juli en 27 oktober 2017 werd het bewijs onderzocht. Het slachtoffer deed meerdere verklaringen, waarin zij onder meer sprak over bedreiging met een vuurwapen en gedwongen seksuele handelingen. Familieleden van het slachtoffer bevestigden dat zij over het misbruik had verteld. De verdachte ontkende de beschuldigingen en gaf tegenstrijdige verklaringen over het bezit van een gouden bestelwagen die in het dossier voorkwam.
Het gerecht oordeelde dat de verklaringen van het slachtoffer tegenstrijdigheden en inconsistenties bevatten en onvoldoende steun vonden in ander bewijsmateriaal. De kennelijk onware verklaring van de verdachte over de auto was onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Gezien het ontbreken van aanvullend bewijs en de onbetrouwbaarheid van de verklaringen sprak het gerecht de verdachte vrij en beval onmiddellijke invrijheidstelling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor ontuchtige handelingen met een minderjarige.