ECLI:NL:OGEAA:2018:124
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot alimentatie door meerderjarige zoon wegens onvoldoende draagkracht vader
De zoon, geboren in 1998 en woonachtig bij zijn moeder in Aruba, verzocht de rechtbank om zijn vader, woonachtig in Nederland, te veroordelen tot betaling van een maandelijkse bijdrage van Afl. 450,- voor levensonderhoud en studie. De vader stelde dat hij niet draagkrachtig was om deze bijdrage te voldoen.
De rechtbank stelde vast dat de vader een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt van circa € 990 netto per maand en dat hij woonlasten en andere noodzakelijke vaste lasten heeft die zijn draagkracht volledig opslokken. De zoon volgt een opleiding en heeft kosten van circa Afl. 1.373,38 per maand, waarvan een deel niet volledig als behoeftig werd erkend.
Na beoordeling van de financiële situatie van de vader, inclusief woonlasten, medische kosten en overige noodzakelijke uitgaven, concludeerde het gerecht dat de vader onvoldoende draagkracht heeft om alimentatie te betalen. Daarom werd het verzoek afgewezen. De zoon kreeg toestemming om kosteloos te procederen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Het verzoek tot alimentatie wordt afgewezen wegens onvoldoende draagkracht van de vader.