Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Geldverstrekking
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Belanghebbende heeft in 1999 onroerend goed aangekocht en dit gefinancierd met leningen van haar moedermaatschappij, FBB NV. De Inspecteur weigerde aftrek van de rentebetalingen met het argument dat sprake was van een schijnlening of bodemloze-putlening, waardoor de lening fiscaal als kapitaalverstrekking moest worden aangemerkt.
Het Gerecht oordeelt dat er een terugbetalingsverplichting bestaat en dat de lening niet als schijnlening kan worden aangemerkt. Ook was er ten tijde van de geldverstrekking in 1999 geen sprake van een bodemloze-putlening, ondanks dat de terugbetaling niet volgens het oorspronkelijke schema kon plaatsvinden. Belanghebbende heeft daadwerkelijk rente en aflossingen betaald.
De aanslagen winstbelasting 2008 en 2009 worden daarom vernietigd en verminderd tot nihil. De Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed. Het beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de aanslagen winstbelasting 2008 en 2009 worden vernietigd en verminderd tot nihil.