Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
1. de beslissing van de ministerraad van 28 oktober 2016 te heroverwegen en betrokkene niet in tijdelijke dienst te benoemen;
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoekster was sinds 1 november 2009 in dienst van het Land Aruba op basis van arbeidsovereenkomsten gekoppeld aan regeerperioden. Na het einde van de regeerperiode van kabinet Eman II op 31 oktober 2017 werd haar arbeidsovereenkomst beëindigd, maar zij bleef doorwerken tot eind januari 2018. Het Land stelde dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege was geëindigd en betaalde uit coulance door.
Verzoekster stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en verzocht om herstel van de dienstbetrekking of een vergoeding van Afl. 30.000,-. Het Land verweerde zich met het standpunt dat de arbeidsovereenkomst was geëindigd en dat het ontslag rechtmatig was.
De rechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst na het aantreden van het kabinet Wever-Croes niet automatisch was geëindigd, omdat verzoekster bleef werken en het Land dit gedoogde. De opzegging van 27 december 2017 voldeed niet aan de eisen van redelijkheid en billijkheid, mede omdat het ontslag niet goed werd gemotiveerd en geen vergoeding werd aangeboden.
Gelet op de omstandigheden, waaronder de leeftijd van verzoekster en het ontbreken van een zwaarwegende grond voor ontslag, werd het ontslag als kennelijk onredelijk aangemerkt. Het Land werd bevolen de dienstbetrekking te herstellen met ingang van 1 februari 2018, of bij weigering een vergoeding van Afl. 12.000,- te betalen. Tevens werd het Land veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het gerecht beveelt herstel van de dienstbetrekking of betaling van een vergoeding van Afl. 12.000,- wegens kennelijk onredelijk ontslag.