ECLI:NL:OGEAA:2018:793
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing verwijderingsbevel vreemdeling zonder geldige verblijfsvergunning
Verzoeker, een Colombiaanse nationaliteit, verblijft sinds 15 december 2014 zonder geldige verblijfsvergunning op Aruba. Na het indienen van een aanvraag voor verblijf bij zijn partner en het aangaan van een gezinsleven met een minderjarige dochter, werd hem een verwijderingsbevel opgelegd. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg schorsing van het bevel in afwachting van de beslissing op zijn aanvraag.
Het gerecht oordeelt dat verzoeker wel ontvankelijk is, maar zijn partner en werkgever niet. Het verwijderingsbevel is gebaseerd op het illegale verblijf en de bevoegdheid van de minister om personen zonder geldige verblijfsvergunning te verwijderen. Het feit dat verzoeker een aanvraag heeft ingediend voor verblijf bij zijn partner geeft geen recht op verblijf zolang de beslissing in het buitenland wordt afgewacht.
Het gerecht verwijst naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat stelt dat verwijdering in het kader van immigratie en gezinsleven slechts in uitzonderlijke omstandigheden een schending van artikel 8 EVRM Pro vormt. In deze zaak zijn geen bijzondere omstandigheden aanwezig die schorsing rechtvaardigen.
Daarom wordt het verzoek tot schorsing van het verwijderingsbevel afgewezen en blijft het bevel van kracht.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het verwijderingsbevel wordt afgewezen.