ECLI:NL:OGEAA:2018:91
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering tot bekrachtiging voorlopige toevertrouwing minderjarige
Het openbaar ministerie heeft op 23 november 2017 de minderjarige onttrokken aan het gezag van de moeder en voorlopig aan de voogdijraad toevertrouwd. Volgens de wet dient binnen veertien dagen na deze voorlopige toevertrouwing de rechter om bekrachtiging te worden verzocht.
De vordering tot bekrachtiging is echter niet binnen deze termijn ingediend, waardoor de voorlopige toevertrouwing is vervallen. Tijdens de mondelinge behandeling op 30 januari 2018, waar de officier van justitie, vertegenwoordigers van de voogdijraad en de ouders van de minderjarige aanwezig waren, werd dit vastgesteld.
Het gerecht in Eerste Aanleg van Aruba verklaarde het openbaar ministerie daarom niet-ontvankelijk in zijn vordering. Deze beslissing is op 6 februari 2018 uitgesproken door rechter M. Schoemaker.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig vorderen van bekrachtiging van de voorlopige toevertrouwing.