Uitspraak
1.[Verzoekster 1],
[Verzoekster 2],
[Verzoeker 3],
[Verzoekster 4],
[Verzoekster 5],
6.de vennootschap naar vreemd recht PINOLE HOLDING INC.,
1. DE PROCEDURE
2.DE VERDERE BEOORDELING
De gevorderde (terug)levering van de woningen te [adres 1], [adres 2] en [adres 3]
aangenomen kan worden dat vanuit bovengenoemd spaarbankboekje van de dochter van [gedaagde] de aankoop van [adres 2] is gefinancierd voor een bedrag van Afl. 184.118,10 (bedrag nota/afrekening notaris [notaris naam]).” De stelling van [verzoekers] is dan ook niet begrijpelijk. Zij hebben de stelling van [gedaagde] onvoldoende gemotiveerd weersproken. In navolging op het tussenvonnis van 10 februari 2016, zal het Gerecht bepalen dat [gedaagde] de verkoopopbrengst van [adres 6] vermeerderd met aanwas doch verminderd met voornoemde koopsom van Afl. 184.118,10 aan de nalatenschap dient te voldoen. Op 3 juli 2003 bedroeg het saldo van de termijndeposito Afl. 382.541,67. [gedaagde] heeft vervolgens twee bedragen opgenomen: Afl. 127.892,88 en Afl. 255.000,-. [gedaagde] heeft niet (tijdig) onderbouwd gesteld wat zij met het bedrag van Afl. 127.892,88 heeft gedaan. In navolging op het tussenvonnis van 10 februari 2016 zal [gedaagde] veroordeeld worden dit bedrag aan de nalatenschap te voldoen. Het bedrag van Afl. 255.000,- werd op een spaarbankboekje gezet. Blijkens de door [gedaagde] in het geding gebrachte pagina uit het spaarbankboekje (productie 11 bij akte van 7 december 2016) bedroeg het saldo op 8 maart 2004 Afl. 342.000,-, waarna een bedrag van Afl. 184.168,10 werd opgenomen. Zoals hiervoor overwogen staat op de cheque en de afrekening van de notaris als datum vermeld 5 maart 2004, zodat het Gerecht ervan uitgaat dat het bedrag van Afl. 184.168,10 op 5 maart 2004 werd opgenomen voor de aankoop van [adres 2]. [gedaagde] dient een bedrag van Afl. 342.000,- verminderd met Afl. 184.168,10, derhalve Afl. 157.831,90 aan de nalatenschap te voldoen. In totaal dient [gedaagde] derhalve Afl. 285.724,78 (127.892,88 + Afl. 157.831,90) aan de nalatenschap te voldoen. Voorts dient [gedaagde] in navolging op het tussenvonnis van 10 februari 2016 een rendementsvergoeding van 3% over het bedrag Afl. 157.831,90 vanaf 5 maart 2004 tot 29 april 2005 (datum akte wijziging eis zijdens [verzoekers]) aan de nalatenschap te voldoen.
5.DE BESLISSING
(ter zake van niet afgedragen huurpenningen na aftrek van kosten), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2008 tot aan de dag van algehele voldoening;
(ter zake van geinde doch niet afgedragen aflossingen op geldleningen), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2008 tot aan de dag van algehele voldoening;