ECLI:NL:OGEAA:2020:368

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
31 augustus 2020
Publicatiedatum
29 september 2020
Zaaknummer
CUR201903341 en CUR201903342
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 Landsverordening op de invordering van directe belastingen 1943
Verwijzingen
1 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Belastingrechter niet bevoegd bij geschil over verrekening teruggaven met verjaarde belastingaanslagen

Belanghebbende kreeg teruggaven premieheffing over 2016 opgelegd, die door de Ontvanger werden verrekend met andere belastingaanslagen. Belanghebbende stelde dat verrekening niet mogelijk was omdat de aanslagen verjaard waren volgens de Landsverordening op de invordering van directe belastingen 1943.

De Ontvanger wees dit bezwaar af met het argument dat het beroep op verjaring pas na verrekening werd ingediend. Belanghebbende stelde daarop beroep in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao.

Het Gerecht oordeelde dat de invordering van belastingen en premies een privaatrechtelijke aangelegenheid betreft en dat de belastingrechter daarom niet bevoegd is om over dit soort invorderingsgeschillen te oordelen. Het geschil behoort tot de bevoegdheid van de burgerlijke rechter.

De uitspraak werd gedaan op 31 augustus 2020 via videoverbinding vanuit Aruba vanwege corona-maatregelen. Het Gerecht zag geen aanleiding om proceskosten of griffierecht te vergoeden en wees het beroep af wegens onbevoegdheid van de belastingrechter.

Partijen werd gewezen op de mogelijkheid om binnen twee maanden hoger beroep in te stellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie belastingkamer.

Uitkomst: Het Gerecht verklaart zich onbevoegd en verwijst het geschil over verrekening naar de burgerlijke rechter.

Uitspraak

Uitspraak van 31 augustus 2020
BBZ nrs. CUR201903341 en CUR201903342
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken van:
[Belanghebbende], wonende te Curaçao,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE ONTVANGER DER BELASTINGEN, zetelend in Curaçao,
de Inspecteur.

1.PROCESVERLOOP

1.1
Aan belanghebbende zijn met dagtekening 14 september 2018 aanslagen premie AOV/AWW 2016, premie AVBZ 2016 en premie BVZ 2016 opgelegd naar een premie-inkomen van NAf 12.141, resulterend in teruggaven van respectievelijk NAf 355, NAf 128 en NAf 501.
1.2
De Ontvanger heeft bij brieven van 29 augustus 2018 aan belanghebbende medegedeeld dat voornoemde teruggaven zijn verrekend met andere aanslagen.
1.3
Belanghebbende heeft in een brief van 28 oktober 2018 zich erop beroepen dat de aanslagen waarmee is verrekend, op grond van artikel 13 Landsverordening Pro op de invordering van directe belastingen 1943 zijn verjaard, zodat de Ontvanger daarmee de teruggaven niet had mogen verrekenen.
1.4
De Ontvanger heeft bij brief van 14 juli 2019 de bezwaren tegen de verrekening afgewezen. Redengevend daarvoor is dat het beroep op verjaring pas is ingediend nadat is verrekend, zodat daarmee geen rekening kon worden gehouden.
1.5
Belanghebbende heeft op 13 september 2019 tegen de brief van 14 juli 2019 beroep ingesteld bij het Gerecht. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50.
1.6
De zitting heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2020 te Willemstad. Belanghebbende is verschenen, bijgestaan door zijn zus [A]. Namens de Ontvanger is niemand verschenen. Door de maatregelen vanwege het corona-virus heeft de rechter vanuit het gerechtsgebouw in Aruba de zitting geleid via een videoverbinding.

2.OVERWEGINGEN

Bevoegdheid belastingrechter

2.1
Alvorens tot een eventuele inhoudelijke beoordeling van het geschil te kunnen overgaan, dient het Gerecht te beoordelen of de belastingrechter bevoegd is in dit geschil.
2.2
De invordering van de verschuldigde belasting en premies is opgedragen aan de Ontvanger. Deze beschikt daarvoor zowel over eigen bijzondere bevoegdheden als de bevoegdheden die ingevolge het civiele recht aan een schuldeiser zijn toegekend. Eén van de eigen bevoegdheden is de mogelijkheid om aan de belastingschuldige uit te betalen bedragen te verrekenen met andere belastingen en premies.
2.3
Nu de invordering meer een privaatrechtelijke dan publiekrechtelijke aangelegenheid is, is de burgerlijke rechter het meest geschikt geacht om geschillen over de invordering van belastingschulden te behandelen (vgl GHvJ (civiel) 16 maart 2010, ECLI:NL:OGHNAA:2010:BO4551). De belastingrechter is daarom niet bevoegd.

3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht.

4.DE BESLISSING

De belastingrechter:
- verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gegeven door mr. dr. A.J.H. van Suilen, rechter, en uitgesproken op 31 augustus 2020, in tegenwoordigheid van de griffier M.M.M. Faro MSc.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.
HOGER BEROEP
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)
Wilhelminaplein 4
Willemstad
Curaçao
U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:
belastinggriffieCUR@caribjustitia.org.
Voor het instellen van hoger beroep is het volgende bedrag aan griffierecht verschuldigd:
- natuurlijke personen: NAf. 200
- personenvennootschappen en rechtspersonen: NAf. 500