Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL EN STANDPUNTEN PARTIJEN
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
Loon uit dienstbetrekking
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Belanghebbende bereikte in 2016 de pensioengerechtigde leeftijd, waardoor haar dienstverband van rechtswege eindigde. In een kortgedingprocedure werd bepaald dat haar werkgever het loon moest doorbetalen, maar dit vonnis werd later vernietigd door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Hierdoor moest belanghebbende de ten onrechte ontvangen bedragen terugbetalen.
Het Gerecht oordeelde dat de onterecht ontvangen bedragen in 2016 als loon uit dienstbetrekking moeten worden beschouwd volgens artikel 10 LLB Pro en artikel 16b van de Landsverordening inkomstenbelasting. Betalingen die onverschuldigd zijn ontvangen, behoren tot het loon als de ontvanger niet binnen redelijke tijd heeft aangegeven het niet te willen behouden, wat hier niet het geval was.
Belanghebbende voerde aan dat het aanmerken van deze betalingen als loon in het jaar van ontvangst een onredelijk belastingnadeel oplevert en dat het Nederlandse fiscaal beleid (concordantiebeginsel) toegepast zou moeten worden. Het Gerecht verwierp dit, stellende dat het concordantiebeginsel niet verplicht is binnen het Koninkrijk en dat er geen rechtsgeldig beleid of hardheidsclausule van toepassing is.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het Gerecht zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten of griffierecht. Belanghebbende kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslagen inkomstenbelasting en premie AZV over 2016 worden bevestigd.