Uitspraak
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
(hierna: de vaststellingsovereenkomst) luidt – voor zover van belang – als volgt.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Verzoekster, sinds 2007 in dienst als ticket/ph-agent, en ITC zijn in april 2018 overeengekomen de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen via een vaststellingsovereenkomst. In deze overeenkomst is expliciet afgesproken dat het recht op ontbinding van de overeenkomst wordt uitgesloten.
Na het uitblijven van betaling door ITC heeft verzoekster in april 2019 de vaststellingsovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden en loon gevorderd vanaf 31 maart 2018. ITC verweerde zich met het standpunt dat ontbinding niet mogelijk was vanwege de afstandsverklaring en dat de vergoedingen pas opeisbaar zijn na betaling door Aserca Airlines.
De rechtbank oordeelt dat de ontbinding niet kan worden ingeroepen vanwege de gemaakte afspraak en dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig per 31 maart 2018 is beëindigd. De vorderingen van verzoekster worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de vaststellingsovereenkomst en loonbetaling wordt afgewezen; de arbeidsovereenkomst is rechtsgeldig beëindigd per 31 maart 2018.