ECLI:NL:OGEAA:2021:172
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wegens kennelijk onredelijk ontslag bij Serlimar
Verzoeker trad op 6 mei 2019 in dienst bij Serlimar als belader huishoudelijk afval met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Op 6 april 2020 ontving verzoeker een opzeggingsbrief waarin Serlimar de arbeidsovereenkomst beëindigde wegens financiële problemen en de impact van COVID-19. Verzoeker stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was, omdat Serlimar verschillende redenen gaf en het ontslag hem financieel zwaar trof.
Het gerecht oordeelde dat de arbeidsovereenkomst niet onder de bepalingen van het Arubaans Burgerlijk Wetboek Boek 7A valt en dat er geen sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag in die zin. Weliswaar is de overeenkomst opzegbaar, maar op grond van redelijkheid en billijkheid moet een zwaarwegende grond aanwezig zijn. Serlimar stelde en het gerecht achtte bewezen dat de financiële situatie ernstig was, mede door surseance van betaling.
De opzegtermijn werd als redelijk beoordeeld gezien de duur van het dienstverband. Verzoekers vorderingen tot herstel van het dienstverband, schadevergoeding en afkoopsom werden afgewezen. Ook het verzoek tot betaling van niet-genoten vakantiedagen werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Verzoeker werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot verklaring van kennelijk onredelijk ontslag en alle vorderingen worden afgewezen.