Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Belanghebbende verzocht op 27 januari 2021 om herziening van uitspraken van de Raad van Beroep voor Belastingzaken (RvBB) van 24 oktober 2013 betreffende definitieve aanslagen inkomstenbelasting en premieheffing over de jaren 1998 tot en met 2001. Het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba behandelde dit verzoek en stelde vast dat hoewel herziening in de Arubaanse belastingwetgeving niet is voorzien, het analoog op grond van bestuursrechtelijke bepalingen mogelijk kan zijn.
Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende niet voldeed aan de voorwaarden voor herziening, omdat de RvBB in 2013 reeds had vastgesteld dat de aanslagen te hoog waren en belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat nieuwe feiten de uitspraak zouden rechtvaardigen. Daarnaast wees het Gerecht het verzoek om schadevergoeding af omdat de belastingrechter hiervoor onbevoegd is, gelet op het ontbreken van schadebepalingen in de formele belastingwetgeving.
De zitting vond plaats op 17 juni 2021, waarbij partijen hun standpunten toelichtten. Het Gerecht besloot het verzoek tot herziening af te wijzen en verklaarde zich onbevoegd ten aanzien van de schadevergoeding. Er werd geen griffierecht vergoed en geen proceskosten toegekend. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de belastinguitspraken wordt afgewezen en de belastingrechter verklaart zich onbevoegd over het verzoek tot schadevergoeding.