ECLI:NL:OGEAA:2021:370
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen meldplicht en werkverbod wegens termijnoverschrijding
Verzoeker, van Venezolaanse nationaliteit, kreeg op 29 maart 2021 een meldplicht en werkverbod opgelegd door de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie. Tegen deze beschikking maakte verzoeker op 24 juni 2021 bezwaar, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. Tevens diende verzoeker op die dag een verzoek tot voorlopige voorziening in bij het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba.
Tijdens de zitting op 28 juli 2021 werd het verzoek behandeld. Verzoeker stelde dat de meldplicht onevenredig bezwarend was en verzocht om schorsing van de beschikking en verbod op uitzetting. Verweerder voerde aan dat de meldplicht noodzakelijk was vanwege gebrek aan celcapaciteit en het uitblijven van vluchten naar Venezuela, en dat zolang de asielaanvraag van verzoeker niet was beslist, uitzetting niet zou plaatsvinden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar buiten de termijn was ingediend en dat verzoeker geen omstandigheden had aangevoerd die de termijnoverschrijding konden verschoonbaar maken. Ook verwees de rechter naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over bijzondere omstandigheden, maar constateerde dat die niet waren aangetoond. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak werd gedaan op 11 augustus 2021 en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het buiten de termijn ingediende bezwaar zonder verschoonbare omstandigheden.