ECLI:NL:OGEAA:2021:505
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bevel tot uitzetting uit Aruba
Verzoekster, van Venezolaanse nationaliteit, verblijft sinds februari 2019 illegaal in Aruba nadat haar toeristenverblijf was verstreken. Zij diende een asielaanvraag in die werd afgewezen en later een aanvraag voor een tijdelijke verblijfsvergunning die eveneens werd afgewezen. Verweerder, de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie, gaf op 5 juli 2021 een bevel tot uitzetting en een periode van niet-toelating van 36 maanden.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg schorsing van het bevel in afwachting van de bezwaarprocedure. Zij stelde dat zij een aanvraag had ingediend voor een verblijfsvergunning en over een geldige verklaring omtrent gedrag beschikte. Verweerder voerde aan dat verzoekster illegaal verbleef en dat de aanvraagprocedure in het buitenland moet worden afgewacht.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de aanvraag geen verblijfsrecht verleent en dat geen bijzondere omstandigheden zijn die schorsing rechtvaardigen. Het bevel tot uitzetting is niet onrechtmatig en de belangen van het Land Aruba bij handhaving van het vreemdelingenrecht wegen zwaarder. Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het bevel tot uitzetting wordt afgewezen.