ECLI:NL:OGEAA:2021:531
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bevel tot uitzetting wegens strafbaar feit
Verzoekster, van Venezolaanse nationaliteit en gehuwd met een Nederlandse echtgenoot, werd geconfronteerd met een bevel tot onmiddellijke uitzetting en inbewaringstelling door de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie. Zij maakte bezwaar tegen beide bevelschriften en verzocht om een voorlopige voorziening om haar verblijf in Aruba te schorsen.
De rechter-commissaris had de inbewaringstelling reeds binnen 72 uur getoetst en als rechtmatig beoordeeld, waardoor bezwaar op grond van de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar) tegen dit bevelschrift niet ontvankelijk is. Het verzoek tot schorsing van dit bevelschrift werd daarom afgewezen.
Ten aanzien van het bevel tot uitzetting stelde de minister dat verzoekster niet meer in het bezit was van een geldige verblijfstitel en dat zij een strafbaar feit had gepleegd dat haar verblijf in Aruba onwenselijk maakte. Verzoekster beriep zich op haar familie- en gezinsleven en haar rol als verzorgster van haar aan drugs verslaafde echtgenoot.
De voorzieningenrechter overwoog dat het delict van verzoekster zodanig ernstig was dat het belang van de openbare orde zwaarder woog dan het familiebelang. Gezien de aard van het misdrijf was het niet onredelijk dat de minister tot uitzetting overging. Het verzoek tot schorsing van het uitzettingsbevel werd daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het bevel tot uitzetting wordt afgewezen vanwege het zwaardere belang van de openbare orde.