ECLI:NL:OGEAA:2021:591

Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba

Datum uitspraak
16 november 2021
Publicatiedatum
23 december 2021
Zaaknummer
AUA202101560
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens onzorgvuldige selectie

In deze zaak verzocht Romar Trading Company N.V. om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer in het kader van een reorganisatie wegens bedrijfseconomische redenen. De werkgever stelde dat het afspiegelingsbeginsel was toegepast waarbij per leeftijdscategorie werknemers met het kortste dienstverband voor ontslag werden voorgedragen.

De werknemer voerde verweer dat de werkgever aanvullende selectiecriteria hanteerde, zoals kennis en vaardigheden, die niet kenbaar waren gemaakt bij de selectie en in strijd zijn met de zorgvuldigheid. Het gerecht oordeelde dat deze aanvullende criteria niet in de objectieve selectiemethode waren opgenomen en dat het onzorgvuldig was om deze achteraf toe te passen.

Omdat bij juiste toepassing van het afspiegelingsbeginsel de werknemer niet voor ontslag in aanmerking kwam, werd het verzoek tot ontbinding afgewezen. Romar werd veroordeeld in de proceskosten van de werknemer. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J. Verhoeven op 16 november 2021.

Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onzorgvuldige toepassing van selectiecriteria.

Uitspraak

Beschikking van 16 november 2021
Behorend bij AUA202101560
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
BESCHIKKING
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
ROMAR TRADING COMPANY N.V.,
te Aruba,
verzoekster,
hierna ook te noemen: Romar,
gemachtigde: de advocaat mr. D.G. Kock,
tegen:
[Naam verweerder],
te Aruba,
verweerder,
hierna ook te noemen: [verweerder],
gemachtigde: de advocaat mr. J.A. Bryson.

1.DE VERDERE PROCEDURE

1.1
Het verloop van de procedure tot en met 10 september 2021 blijkt uit de tussenbeschikking van die datum (hierna: de tussenbeschikking). Het verdere verloop blijkt uit:
- de akte d.d. 27 september 2021 van Romar;
- de contra-akte d.d. 12 oktober 2021 van [verweerder].
1.2
De datum voor de beschikking is vervolgens nader bepaald op heden.

2.DE VERDERE BEOORDELING

2.1
Het gerecht heeft in de tussenbeschikking (in nummer 4.9) overwogen dat een werkgever die in het kader van een reorganisatie wegens bedrijfseconomische redenen formatieplaatsen laat vervallen, de werknemers die voor ontslag worden voorgedragen via een objectieve selectiemethode en op een zorgvuldige wijze dient te selecteren. In haar verzoekschrift had Romar gesteld dat bij de keuze van de werknemers die voor ontslag zijn voorgedragen (waaronder [verweerder]) het afspiegelingsbeginsel is toegepast, waarbij per leeftijdsgroep de werknemers met het kortste dienstverband zijn geselecteerd (last-in-first-out). Omdat van de zijde van [verweerder] gemotiveerd verweer was gevoerd dat hij op grond van de gestelde methode voor ontslag in aanmerking zou komen, is Romar in de gelegenheid gesteld om haar stelling dat [verweerder] op grond van het afspiegelingsbeginsel terecht voor ontslag is geselecteerd, nader bij akte toe te lichten. Daartoe diende Romar in ieder geval te stellen:
- hoeveel formatieplaatsen er ten aanzien van de functie van [verweerder] zijn komen te vervallen;
- hoeveel werknemers in de oude organisatie in die functie werkzaam waren en hoe dit over de leeftijdscategorieën was verdeeld;
- hoeveel werknemers er per leeftijdscategorie voor ontslag zijn geselecteerd en op grond van welk criterium zij de ontslagen aldus over de leeftijdscategorieën heeft verdeeld;
- dat de duur van het dienstverband van de werknemers meebracht dat [verweerder] binnen zijn leeftijdscategorie in aanmerking kwam voor ontslag.
2.2 [
Verweerder] was ten tijde van het indienen van het verzoekschrift tot ontbinding 52 jaar en hij was op dat moment 5 jaar in dienst van Romar, laatstelijk in de functie van magazijnmedewerker. In de akte d.d. 27 september 2021 heeft Romar gesteld dat bij toepassing van het afspiegelingsbeginsel, waarbij per leeftijdsgroep de werknemers met het kortste dienstverband zijn geselecteerd, er één andere medewerker is binnen de leeftijdsgroep van [verweerder] die een korter dienstverband heeft dan [verweerder]. Omdat deze medewerker betere digitale vaardigheden heeft, een betere kennis van alcoholische dranken c.q. wijnen en zijn rijbewijs C heeft, is deze breder inzetbaar. Romar heeft er daarom voor gekozen om niet deze werknemer, maar [verweerder] voor ontslag voor te dragen.
2.3
Door [verweerder] is op dit punt als verweer gevoerd dat Romar kennelijk aanvullende selectiecriteria heeft gehanteerd, die niet zijn medegedeeld op het moment dat de selectie plaatsvond en die bovendien ook in deze procedure tot aan de aktewisseling niet kenbaar waren gemaakt. Aan die aanvullende criteria dient volgens [verweerder] op grond van de goede procesorde voorbij te worden gegaan. Het gerecht oordeelt hieromtrent als volgt.
2.4
Door Romar is in het inleidend verzoekschrift gesteld dat de selectie van werknemers die voor ontslag zouden worden voorgedragen, is geschied volgens het afspiegelingsbeginsel waarbij per leeftijdsgroep de werknemers met het kortste dienstverband zijn geselecteerd. Daarbij is ter zitting toegelicht dat deze uitgangspunten zijn toegepast per categorie uitwisselbare functies. Tussen partijen staat vast dat [verweerder] bij een juiste toepassing van deze selectiecriteria niet voor ontslag zou zijn voorgedragen. Het is niet zorgvuldig indien Romar bij de toepassing van deze objectieve selectiecriteria per werknemer aanvullende criteria gaat hanteren ten aanzien van kennis en vaardigheden die volgens Romar van belang zijn bij de vervulling van de uitwisselbare functie waarin de wernemer werkzaam is, terwijl deze criteria niet in de door haar gehanteerde selectiemethode tot uitdrukking zijn gebracht. Indien bepaalde kennis of vaardigheden voor de vervulling van de functie dermate belangrijk zijn voor de organisatie dat dit in de selectie een rol dient te spelen, dan had Romar haar selectiemethode daar op moeten aanpassen.
2.5
Gezien hetgeen het gerecht in de tussenbeschikking van 10 september 2021 in nummer 4.14 heeft overwogen, zal het verzoek tot ontbinding worden afgewezen.
2.6
Als de in het ongelijk gestelde partij zal Romar worden veroordeeld in de kosten van de procedure, die aan de zijde van [verweerder] worden begroot op Afl.1.500,00 aan salaris van de gemachtigde.

3.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
3.1
wijst het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] af;
3.2
veroordeelt Romar in de kosten van de procedure, die aan de zijde van [verweerder] worden begroot op Afl. 1.500,00 aan salaris van de gemachtigde.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Verhoeven, rechter in dit gerecht en werd uitgesproken ter openbare terechtzitting van dinsdag 16 november 2021 in aanwezigheid van de griffier.
Datum uitspraak: 16 november 2021
Instantie: Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Zaaknummer: EJ nr. AUA202101560
Inhoudsindicatie: Ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen
Formele relaties (optioneel):
Rechtsgebieden: Civiel, arbeidsrecht
Rechter: mr. J.J. Verhoeven
Bijzondere kenmerken: