Uitspraak
,
1.DE PROCEDURE
2.DE VASTSTAANDE FEITEN
waiter’ in loondienst getreden van Riu, tegen een brutoloon van Afl. 6,24 per uur.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
De zaak betreft een werknemer die op 13 januari 2020 op staande voet werd ontslagen door zijn werkgever, Riu Palace Antillas, wegens vermeende diefstal en het niet naleven van veiligheidsvoorschriften. De werknemer betwistte de dringende reden en stelde dat het ontslag onrechtmatig was. Tevens vorderde hij betaling van achterstallig loon en een vergoeding voor onbetaalde rustdagen.
Het Gerecht oordeelde dat de ontbindingsbeschikking uit een eerdere procedure geen gezag van gewijsde heeft in deze procedure, omdat het om verschillende rechtszaken met verschillende procesregels gaat. De werkgever kon daardoor niet volstaan met het eerdere oordeel en moest de dringende reden nader onderbouwen, wat zij naliet.
De rechtbank stelde vast dat de dringende reden voor ontslag niet was komen vast te staan, waardoor het ontslag op staande voet nietig werd verklaard. Het verzoek tot wedertewerkstelling werd afgewezen vanwege de latere ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werknemer kreeg wel gelijk in zijn vordering tot betaling van achterstallig loon vanaf de datum van het ontslag tot de ontbinding, inclusief wettelijke verhoging en rente.
De vordering tot betaling van een vergoeding voor onbetaalde rustdagen werd afgewezen, omdat de werknemer een bruto jaarinkomen boven de toepassingsgrens van de Arbeidsverordening had, waardoor deze bepaling niet van toepassing was. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de werkgever is veroordeeld tot betaling van achterstallig loon over de periode tot ontbinding.