Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
Wettelijk kader
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Belanghebbende verzocht in 2020 om toepassing van de verhuisboedelvrijstelling voor goederen die zij van Curaçao naar Aruba overbracht. De Inspecteur wees dit verzoek af omdat de goederen niet binnen de twaalf maanden na de overbrenging van haar normale verblijfplaats waren ingevoerd. Belanghebbende had haar normale verblijfplaats volgens het Gerecht al in 2018 naar Aruba verplaatst, ondanks dat zij tot juli 2019 nog regelmatig in Curaçao verbleef voor werk.
Het Gerecht oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de coronacrisis of andere bijzondere omstandigheden een latere invoer binnen de termijn rechtvaardigden. Ook ontbrak een lijst van goederen die nog ingevoerd zouden worden binnen de gestelde termijn. Hierdoor was geen rechtstreeks verband tussen de overbrenging van het hoofdverblijf en de invoer van de inboedel aanwezig.
Subsidiair stelde belanghebbende dat de Inspecteur ten onrechte de douanewaarde had gehanteerd voor de berekening van de invoerrechten. Het Gerecht verwierp dit standpunt en bevestigde dat de waarde gebaseerd was op de normale prijs volgens de wettelijke bepalingen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de Inspecteur in het gelijk gesteld.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verhuisboedelvrijstelling bevestigd.