Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[het kind](hierna: het kind),
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Appellanten, wettelijke vertegenwoordigers van een minderjarig kind, stelden beroep in tegen het besluit van het Uitvoeringsorgaan Algemene Ziektekostenverzekering (AZV) dat EMC in Nederland aanwees als medische instelling voor noodzakelijke behandelingen van het kind. De behandelingen betroffen een reconstructie van de mitralisklep en een hartkatheterisatie met ballondilatatie, welke niet in Aruba konden worden uitgevoerd.
Verweerder had op grond van artikel 25 van Pro de Landsverordening Algemene Ziektekostenverzekering (Lazv) EMC aangewezen als instelling met de laagste kosten, ondanks dat eerdere behandelingen in het Boston Children’s Hospital (BCH) hadden plaatsgevonden. Appellanten voerden aan dat EMC niet over de benodigde ervaring beschikte en dat de aanwijzingsbeschikking onvoldoende zorgvuldig was voorbereid.
Het gerecht oordeelde dat de aanwijzingsbeschikking terecht was gegeven, mede op basis van een bevestiging van EMC en een second opinion van een kindercardioloog. De kostenvergoeding werd beperkt tot het bedrag dat bij behandeling in EMC zou zijn gemaakt, conform artikel 25, tweede lid, Lazv. De beroepen werden ongegrond verklaard en de aanwijzing van EMC als behandelingslocatie werd bevestigd.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanwijzingsbeschikking en restitutiebeschikking van het AZV worden ongegrond verklaard.