ECLI:NL:OGEAA:2022:272
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.K. Engelbrecht
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn bij verblijfsvergunning gezinshereniging
Appellante, de minister belast met vreemdelingen- en integratiebeleid, diende een aanvraag in voor een vergunning tot tijdelijk verblijf in het kader van gezinshereniging. Deze aanvraag werd aanvankelijk afgewezen door verweerder. Na bezwaar en beroep werd de vergunning uiteindelijk toegekend, maar de totale procedure duurde ruim drie jaar, wat langer is dan de redelijke termijn.
Het gerecht stelde vast dat appellante geen belang meer had bij de beoordeling van de bezwaarbeslissing, omdat de vergunning inmiddels was verleend. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard voor zover het de bezwaarbeslissing betrof. Wel werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn gegrond verklaard.
De redelijke termijn voor bezwaar en beroep bedraagt volgens jurisprudentie respectievelijk een half jaar en anderhalf jaar, samen twee jaar. De procedure duurde echter drie jaar, waardoor de termijn met één jaar werd overschreden. Op basis van een tarief van 500 gulden per half jaar overschrijding werd de minister veroordeeld tot betaling van 1.000 gulden immateriële schadevergoeding aan appellante.
Daarnaast werd het betaalde griffierecht van 25 gulden aan appellante teruggegeven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter N.K. Engelbrecht op 6 juli 2022.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van Afl. 1.000,- wegens overschrijding redelijke termijn en het beroep wordt verder niet-ontvankelijk verklaard.