Op 14 juli 2022 heeft het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van het gebruik van valse douanedocumenten en het (schuld-)witwassen van 46 goudbaren met een totaalgewicht van 55 kilo.
De tenlastelegging betrof het voorhanden hebben van een vervalste invoice en douanedocument met onjuiste vermelding van de herkomst van het goud, alsmede het witwassen van de goudbaren. De verdediging voerde onder meer niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie aan en stelde dat sprake was van afwezigheid van alle schuld.
Het Gerecht oordeelde dat de dagvaarding geldig was en het Gerecht bevoegd. Het verweer van niet-ontvankelijkheid en bewijsuitsluiting werd verworpen. Bij de beoordeling van de feiten bleek dat op het douanedocument niet Nederland maar Aruba stond vermeld als land van herkomst, en dat er onvoldoende bewijs was dat het formulier met het oogmerk van misleiding was ingevuld. Ook was onvoldoende wettig bewijs dat het goud uit een misdrijf afkomstig was of dat verdachte wetenschap had van een illegale herkomst.
Daarom sprak het Gerecht verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Daarnaast werd de teruggave van bepaalde inbeslaggenomen voorwerpen gelast, terwijl het Gerecht zich niet in staat achtte te beslissen over andere inbeslaggenomen goederen. De uitspraak werd gedaan door rechter Winfield op 14 juli 2022.